Zie ook: www.uwstamboomonline.nl/passie/sites/index.php?mid=16022.
Zie ook: www.edsadviesburo.nl
Zie ook: www.eduarduslee.nl(van oudste zoon E.L. de Smit)
Zie ook: www.vignolle-ensemble.nl(van oudste zoon E.L. de Smit)
Zie ook: www.studio1919.nl(van oudste zoon E.L. de Smit)
Zie ook: YouTube (vignolle ensemble)

God heeft ongetwijfeld mijn leven bepaald.

God heeft ongetwijfeld mijn leven bepaald.

Hetgeen ik hieronder beschrijf is moeilijk te geloven als je niet in God gelooft. Mijn beide ouders zijn Christelijk opgevoed, maar zijn tijdens de crisistijd, net voor de tweede wereldoorlog,  hun geloof in God kwijtgeraakt. Toch ben ik op 1 augustus 1937 door dominee W.H. Kelder Jr. te Middelburg gedoopt. Mijn doopnamen waren Eduard Cornelis. Ik gebruik nu even de naam Ward, omdat mijn grootmoeder dat altijd riep naar mijn vader en mij. Zijnde de laatste klank in de naam Eduard. Dit en het gegeven feit dat ik al vroeg door mijn grootmoeder aan vaders kant geleerd heb dat er een God bestaat en je steun bij hem kan vinden als het je even tegen zit, bad ik al vroeg mijn schietgebedje vóór het slapen gaan. Mijn zelf verzonnen tekstje was: "Onze lieve Heer zorgt U alstublieft voor alle zieke en gewonde mensen en dieren, Amen".

1ste wonder.

Het was 11 november 1944. De Duitsers hadden onze straat afgesloten en belden aan bij alle huizen. Alle mannen boven de zestien jaar moesten naar buiten komen en werden in vrachtwagens geladen waarmee ze naar een verzamelplaats werden vervoerd voor transport naar Duitsland, waar ze als dwangarbeiders moesten gaan werken.

Ook mijn vader kwam natuurlijk daarvoor in aanmerking. Op het moment dat hij de razzia waarnam, vertelde hij mijn moeder en ik dat hij zich niet vrijwillig zou laten meenemen. Hij was al jaren bij het verzet en wist dus dat hij zeker nooit meer levend terug zou komen, Hij dirigeerde mijn moeder en ik naar de buren beneden, die te oud waren om te worden weggevoerd. Hij zei: "Jullie gaan voor het raam zitten en als ik word weggevoerd zal ik nog één keer en voor de laatste maal zwaaien." Mijn moeder moest hevig huilen en ik voelde een enorme koude over mij heenkomen, gevoegd bij een enorme trilling. Ik startte een gebed en bleef dat doen zolang ik mijn vader niet zag. Een bajonet legde hij naast zich, om zoals hij ons ook vertelde dat als er slechts één Duitser boven zou komen hij hem van kant zou maken en elke andere Duitser die er na kwam. Ook vertelde hij dat als er een groep Duitsers tegelijk boven zou komen hij zeer waarschijnlijk zijn daad niet kon uitvoeren en dat hij dan meegevoerd zou worden. Direct na binnenkomst bij de buren begon ik te bidden en vroeg aan God mijn vader te sparen. Ik was zeven jaar.

Er werd gebeld door middel van de trekbel. Mijn vader deed natuurlijk niet open. Ik zag en hoorde wat er gebeurde vanuit het raam beneden. Hij belde nogmaals en ditmaal ging de deur open die werd geopend door onze buren op de tweede verdieping. De Duitse soldaat ging de woning binnen, liep de trap op en klopte op de deur. De deur was niet op slot. Hij klopte nog een keer. Mijn vader pakte zijn bajonet. De Mof klopte voor de derde keer, zo vertelde mijn vader later. Weer deed mijn vader niet open. Het duurde even, toen ging de soldaat de trap weer af en redde onwetend zijn eigen leven en dat van mijn vader direct en indirect mijn moeder en ik, omdat zonder mijn vader wij zeker niet in staat waren geweest om te blijven leven. Hij zorgde altijd nog voor een beetje eten.  Ik beschouwde dit later als een geschenk van God. Anderen zagen dit als geluk en toeval.

2e wonder.

Ik was twaalf jaar en zat nog maar net op de middelbare school. Op een dag werd ik bij de directeur van de school geroepen, die mij vertelde dat ik onmiddellijk naast huis moest gaan omdat mijn moeder er slecht aan toe was. Toen ik thuis kwam hoorde ik mijn moeder roepen : "Haal me weg, haal me weg." De huisarts hoorde ik zeggen: "U wordt zo gehaald", daarmee doelende op de ambulance die zou komen, terwijl ik wel wist dat mijn moeder bedoelde laat mij naar de hemel gaan. Zij had het zo benauwd dat ze de kussens uit elkaar trok. Zij had door de oorlog ernstige schade opgelopen aan haar hart en was niet in staat om ook maar iets in het huishouden te doen. Dat kwam voornamelijk op mij neer, omdat mijn vader zich altijd in zijn schuilplaats moest ophouden. De bijna voltallige familie uit Zeeland was overgekomen om afscheid van mijn moeder te nemen. Ik weet echter nog dat ik het vertrouwen had dat door mijn bidden zij gered zou worden. Ik bleef dat ook maar doen en uiteindelijk, hoewel zwaar beschadigd heeft zij het overleefd. Daar waar anderen dit weer toeval noemen heb ik het sterke vermoeden of zeg maar geloof dat God mij daarin heeft bijgestaan.

3e wonder

Ik was zeventien jaar en had al een paar vriendinnetjes gehad. Enkelen waren zo bijzonder dat ze nooit meer uit mijn gedachten zijn verdwenen. Maar toen ik Pleuni Touw (ja de latere actrice) in Rotterdam ontmoette sloeg de liefde wel erg hard toe. Ik was helemaal weg van haar. Pleuni had in wezen een zwervend bestaan. Zij woonde met haar ouders op een binnenvaartschip, dat toen was gelegen in de Coolhaven. Na een paar keer met haar uit te zijn geweest, was ik bij het laatste afscheid vergeten te vragen hoe ik haar kon bereiken als het schip weer weg zou varen. Om de één of andere reden kwam ik dit niet te weten en kon ik haar dan ook met de toen ter beschikking staande middelen of kennis niet meer bereiken. Ik was ten einde raad. Nog voel ik het verdriet dat ik had over het verlies. Ik bad dagen lang om hulp. Ik vond echter Pleuni niet meer terug. Ik denk dat het zo heeft moeten zijn omdat God wat anders voor mij in gedachten had. Ik werkte toen op de Afdeling Statistiek en Boekerij van het Gemeentelijk Energiebedrijf aan de Rochussenstraat. Ik verrichtte daar zowel binnen op kantoor maar ook buiten, bijvoorbeeld in het Stadhuis bepaalde werkzaamheden, toegespitst op mijn toen al aanwezige specifieke talenten. Op een dag terugkomend van een werkje buiten kantoor, zat tegenover mij ineens een meisje, van zo'n ongelooflijke schoonheid dat ik plotsklaps Pleuni was vergeten. Wij werden een stel, verloofden ons en gingen acht jaar met elkaar om, in wat ik nu kan zeggen misschien wel de mooiste tijd van mijn leven. Het heeft wel eens in een Rotterdamse krant gestaan dat wij mogelijk het knapste stel van Rotterdam waren. Het verlies van Pleuni en de wijze waarop Hannie Oosthout in mijn leven kwam zag ik en zie ik nog als een Gods geschenk. Hij had het beste met mij voor, alleen ik deed op een bepaald moment toch een verkeerde keuze.

4e wonder

Ik was nog in militaire dienst dat ik met Hannie verloofde. Ik had bijzondere ringen laten maken, waar we, maar vooral ik erg trots op was. Direct na mijn diensttijd gingen wij samen op vakantie naar Bibione in Italië. Wij ontmoetten daar twee echtparen uit Den Haag, waar we regelmatig mee optrokken. Zo gingen wij ook op een dag gezamenlijk naar het strand. Ik heb mijn gehele leven al een drang gehad naar zuinigheid. Zo ook op onze pas verworven verlovingsringen. Om de ringen niet door het zand te laten beschadigen stelde ik Hannie voor de ringen op te bergen in de verrekijkertas. Stom van mij liet ik dat niet aan het gezelschap weten. Toen ik met Hannie op een waterfiets de zee op was gegaan, wilde kennelijk het gezelschap ons volgen. Zij namen de tas met de verrekijker, opende die en hadden geen erg dat de ringen daarmee in het zand vielen. Ik ontdekte dit pas bij terugkomst. Was onterecht kwaad op iedereen, stuurde iedereen in de omgeving weg en zette een gebiedje af van plus minus 10 x 10 meter. Op mijn knieën veegde ik laagje voor laagje zand weg in de hoop de ringen tegen te komen. Alle omstanders zeiden dat het onbegonnen werk was. Eigenwijs als ik ben groef ik verder. Inmiddels had ik God middels een gebed om steun gevraagd. Na ongeveer een uur werken in de hete zon, dus in het hete zand, schitterden ineens de twee ringen in mijn hand. De blijdschap en dankbaarheid zijn mij altijd bijgebleven. Gooit u eens een paar muntstukken in het zand en probeer ze dan terug te vinden, dat weet u dat het vrijwel onmogelijk is. Daarom geloof ik ook nu weer in het wonder.

5e wonder

In de jaren tachtig had ik een product uitgevonden met een grote potentie, zoals ik uit een gedegen marktonderzoek had vastgesteld.  Ik ben daarvoor naar Hong Kong verhuisd. Ik zocht en vond een fabriek die bereid was mijn vinding in productie te nemen, mits ikzelf maar de mallen bekostigde. Hetgeen een behoorlijke hoge investering vergde. Een vriend van mij uit Bangkok en ikzelf zouden het product in de verkoop nemen. Toen er inmiddels veel producten waren geproduceerd en ik veel geld heb moeten voorschieten aan productie, woning, huishoudgeld, huishoudhulp en vele andere zaken viel de verkoop tegen. In feite had er nog niet één verkocht. Ik was aan het einde van mijn latijn. Ik was door mijn geld heen. Ik kon ook niet terug naar Nederland omdat mijn vrouw inmiddels echtscheiding had aangevraagd en alle mijn bezittingen middels huwelijkse voorwaarden had toegeeigend. Ik was dus blut en kon geen kant meer op. Teneinde raad zag ik geen andere oplossing door een einde aan mijn leven te maken. Ik paste in die tijd op het appartement van een Engelse tandarts, met eigen apotheek. Ik wist hoe en met wat ik het doen zou. Nam wat ampullen uit de medicijnkast, ging naar mijn kamer, zond nog wat berichten door per fax met afscheid en bereidde mijn einde voor, door ampullen en water klaar te leggen en zetten. Ik nam op een gegeven moment de ampullen in mijn linkerhand en het water in mijn rechter. Ik richtte mij tot God en bad: "God wijs mij de weg, ik ben hem kwijt." Toen ging de telefoon. Mijn vriend uit Bangkok zei: "Niet springen (ik woonde 25 hoog), want wij hebben twee enorme orders, één uit Australië en één uit Canada." Mijn lot was gered. Als dit geen wonder was, wat was het dan?

Heel bijzonder vind ik het volgende voorval. Ik heb in totaal gedurende mijn leven zes zware operaties moeten ondergaan, van gemiddeld meer dan vier uur.  Gedurende één er van, en ik weet niet meer welke, heb ik, dat geloof ik, een kijkje in het hiernamaals mogen nemen. Ik zag een heuvelachtig landschap. Heel veel licht, meer licht dan op aarde. Veel bloemen. Mensen die in groepjes zich geruisloos voortbewogen op een soort sleden, te vergelijken met wat de kaasdragers in Alkmaar gebruiken om de kazen op te vervoeren. Dit beeld zie ik nu elke dag wel een paar keer.

6e wonder. 

Op 10 februari 1985 kreeg ik een telefoontje uit Korea. Het was mijn vriendin. Zij vertelde de volgende dag op 11 februari 1985 op Schiphol te zullen aankomen om tezamen met mij mijn verjaardag te vieren. Dit was een onverwachte maar niet onwelkome berichtgeving. Op weg naar Schiphol, die dag, maakte ik een tussenstop in   Den Haag, om eerst was cadeaus voor haar te kopen. Voor dat doel zaten er in de Passage te Den Haag mooie winkels. In een kofferzaak kocht ik een beautycase en in een andere een paraplu. Ik wist dat het laatste geschenk haar nog vandaag te pas zou komen want het was rotweer. Met de twee geschenken zette ik mijn reis naar Schiphol voort. Door een vertraging kwam Mee Jung Lee pas uren na de aanvankelijk geplande aankomsttijd aan. Ik nam haar eerst mee naar het hartje van Amsterdam, om deze overigens door mij verfoeide stad te bezoeken en haar een eerste indruk van Nederland te geven. Op de wallen dacht zij dat die dames daar badpakken verkochten. Na uitleg dat het toch wel enigszins anders lag , barstte zij in hilariteit uit. Op weg van Amsterdam naar Zeist, waar ik een appartement had,  hebben wij veel herinneringen opgehaald over mijn bezoeken aan Korea en onze toekomst in Nederland besproken. Wij deden dat per trein. In Zeist aangekomen ontwaarde Mee dat het dopje van de paraplu ontbrak. Nu zou U haar moeten kennen hoeveel zeer dat haar deed. Een nieuw geschenk en dan al een gebrek. Ik vond het ook jammer maar maakte me er niet erg druk om. Zij wel en zij eiste van mij dat ik mee ging zoeken tussen Zeist en Schiphol naar een dopje van misschien 2 cm3. Alle argumenten van mij dat het een ondoenlijke zaak was het dopje terug te vinden sloeg zij in de wind. Zij pakte haar jas en ging in feite voor de eerste keer alleen Nederland in. Ik er achteraan. Gezien het feit dat zij volkomen overstuur was (dit had voor mij de eerste aanwijzing moeten zijn dat zij niet helemaal normaal was)  riep ik opnieuw God aan, ditmaal met het verzoek nu te helpen met het vinden van dat dopje. Even later vond Mee het dopje langs het trottoir van de Slotlaan in Zeist. Voor mij opnieuw een wonder, voor U misschien opnieuw toeval.

7e wonder

Ongeveer anderhalf jaar na het voorgaande voorval, verkeerde ik in een depressie. Het onvoorspelbare koopgedrag van mijn vrouw - ik ben in 1986 getrouwd - gevoegd bij feit dat zij met grote regelmaat ongedekte cheques uitgaf, waarvoor ik steeds maar weer het banksaldo moest aanvullen nekte mij. De voortdurende druk die op mij stond om steeds maar weer meer geld thuis te brengen, de suïcidale theatrale vertoningen van mijn echtgenote, de doodsbedreigingen en moordaanslagen op mij door haar, en het feit dat ik mijn dochters niet mocht zien van haar brak mij volledig op. Ondanks dat ik er een mooie zoon bij had gekregen zag ik mijn toekomst slechts in dienst van mijn vrouw., die mijn inkomsten afroomde om haar familie in Korea te ondersteunen. Heowel ik gemakkelijk en veel geld verdiende kwam het bij wijze van spreken met scheppen naar binnen en ging het er met kruiwagens weer uit. Het was mijn eer te na om echtscheiding aan te vragen omdat ik God had beloofd niet te scheiden wat hij had samengevoegd. Ik had ook mijn gevoelscontact met God verloren. Door dit alles wilde ik opnieuw afscheid van het leven nemen. Ik besloot op de dag van uitvoering te lopen naar de overweg Zeist-Driebergen. Al lopende over de Slotlaan, kreeg ik een onweerstaanbare drang te lopen via een omweg naar het station, dat naast de overweg lag. Dit was in de Richting van V.&.D.. Of ik wilde of niet ik zou en moest door een straatje lopen waar ik nog nooit gelopen had. In het midden van dat straatje was een boekhandel van een Bijbelgenootschap. In de etalage werd een bijbel aangeprijsd als aanbieding. De prijs was fl. 19,45. Ik voelde de hevige drang die bijbel te kopen. Ik had er geen, dus het was niet vergeefs. Ik pakte mijn portemonnee en telde wat er in zat. Ik kwam uit op fl. 19,45. Dit was voor mij het absolute bewijs dat ik de bijbel moest kopen en wist nog niet voor welk doel. Het was een mooie dag en op mijn weg verder op weg naar de overweg, zette ik mij neer in het park voor Slot Zeist (waar ik anderhalf jaar geleden was getrouwd). Ik begon in de bijbel te lezen en geleidelijk aan ebde mijn voorgenomen besluit weg. Het was kennelijk mijn tijd nog niet. Ik had op deze aarde nog wat opdrachten te vervullen, hoewel ik nog niet wist welke. Ik ben God achteraf dankbaar dat hij mij heeft gespaard, want er was nog zo veel moois te doen. Ik zocht en vond deels een behandeling voor mijn depressie en hoe ik moest omgaan met mijn spilzieke, later bleek ernstig gestoorde vrouw, die overigens zelf alle hulp en behandeling afsloeg.

8e wonder 

Het was in het begin van 2014, dat ik mij opnieuw tot God richtte met het verzoek mij bij te staan in een zaak met mijn middelste zoon Alexander. Al meer dan vier jaar liep hij met een plan rond om een bedrijf te beginnen, waarvoor hij minstens 2ha grond nodig had. Dat is maar zo maar te vinden, zeker niet in of rondom Middelburg, wat mijn zoon wenste. Na uitgebreid zoeken kwamen we tot de conclusie dat niet zou lukken, zeker niet voor een schappelijke prijs.

En toen gebeurde dit. Er werd gebeld. Ik opende de deur en daar stond de heer K. die ik sedert 1991 niet meer gezien had. Hij had thuis eens al zijn visitekaartjes bestudeerd en vond mijn kaartje daartussen. Omdat hij toevallig toch naar Middelburg moest, dacht hij er over mij eens te bezoeken. Zo geschiedde. De heer K. was een oude relatie van mij. Wij wisselden wat uit over vroeger en het heden, totdat ik vertelde bezig te zijn voor mijn zoon om een project te ontwikkelen. Ik vertelde ook dat het zo moeilijk was om aan geschikte grond te komen. "God", zei hij, "dat is ook toevallig. Ik ben voor een boer al vijf jaar bezig zijn grond te verkopen, maar dat is nog niet gelukt". Verdere gegevens uitgewisseld te hebben, besloot ik eens naar het perceel te gaan kijken. Om een lang verhaal kort te maken, het was in alle opzichten precies wat wij, mijn zoon en ik, zochten.

Inmiddels is de betreffende Gemeente ook enthousiast en werkt mee aan een wijziging van het bestemmingsplan. Ook de Provincie is blij met deze ontwikkeling, omdat het veel voor Zeeland zal gaan betekenen. We hebben met de boer consensus bereikt over de overname van het perceel met 3ha grond, een woning en diverse opstallen. In feit is iedereen blij en gelukkig met het initiatief van mijn zoon, echter nog niet de Bank.

9e wonder

Ik had een paar jaar afwisselend in Puyeo (Zuid-Korea), Hong Kong en Bangkok gewoond en moest naar Nederland terug wegens het aflopen ven een contract, Dat is met name in Korea beter geregeld dan in Nederland. Loop je contract op donderdag af, dan moet je op vrijdag bij de politie een ticket laten zien als bewijs dat je diezelfde dag nog vertrekt. Mijn toenmalige vrouw vreog mij waar wij zouden gaan wonen in Nederland. Ik wist het niet en sprak met haar het volgende af, De stad die mij morgenochtend het eerste te binnen schiet want dat is wat God wil. Ik had namelijk weer gebeden: "God wijs mij de weg want ik ben hem kwijt." Het werd mijn Geboorteplaats Middelburg, wat helemaal niet logisch was want ik had er geen binding  mee na vijftig jaar weg te zijn geweest.

Twee dagen later had ik een huis en een baan, als docent economie op het Delta College. De container met huisraad werd op kosten van de Gemeente van Korea naar Nederland gehaald.