Groeifase van levenscyclus (20 - 40 jaar) (1957 - 1977)

Mijn verkeerde keuzes

Hoofdstuk 11 boek 2

Uiteindelijk wilde de bank mij dit bedrag wel lenen. Zonder enige zekerheid mijnerzijds. Je moet daar nu eens om komen. Zo veel vertrouwen had de bank in mij. Er stond nog een groot bedrag in rekening-courant dat de onderneming schuldig was aan de bank. En omdat De Groot en zijn administrateur elke maand een groot bedrag op Zwitserse banken zetten waren zij bang dat de Groot zijn zaak zou laten springen voordat de bank was terugbetaald. Bij overname door mij zou hun geld worden veiliggesteld, vonden zij.

Mede omdat ik De Groot niet helemaal vertrouwde en ik de zaak alszodanig niet op inhoud kon inschatten beriep ik mij op een paar bevriende relaties door te vragen of zij eens goed naar de onderneming en de financiele stukken wilden kijken.

Dit clubje bestond uit een bekende advocaat uit Leiden, één van de firmanten van accountantskantoor De Tombe & Melse, mijn zwager directeur  van ABP en   een bankdirecteur van ABN. Als zij positief zouden reageren op de voorgestelde aankoop zou ik de onderneming met ongeveer 50 medewerkers kopen voor de gevraagde som. Ik had zelf geen tijd om er enige studie aan te wijden. Zoals ik eerder schreef was ik op dat moment Algemeen Directeur van Mieloo B.V. te Lisse. Ik legde dus mijn gehele vertrouwen in hun handen.

Zij adviseerden positief. Het was volgens hen een juiste overname met veel potentiele mogelijkheden. Na ampele overweging, met toch enige reserves stapte ik in het avontuur. Ik zegde mijn baan als algemeen-directeur bij Mieloo B.V. op en stichtte een nieuwe B.V. waarin ik de over te nemen onderneming ECC BV. onderbracht. Ik deed dat op die wijze omdat ik toch niet al te veel vertrouwen had in De Groot en niet met lijken in de kast zou worden geconfronteerd.

Er werd een ovenamedokument opgemaakt dat ik ter lezing en goedkeuring aan de eerdergenoemde groep voorlegde. Zij gingen accoord. Op kantoor van mijn accountant De Tombe & Melse zou de overname worden bekrachtigd. Voordat De Groot zijn handtekening zette en mijn handtekening zou volgen, nam De Groot mij even apart. Hij had een belangrijke voorwaarde voor de verkoop. Ik moest hem regelmatig zogenaamd vragen voor een zakenreis, opdat hij verantwoord naar één van zijn vele maitresses kon gaan, zonder ruzie te krijgen met zijn overigens tweede echtgenote. Ik vond dit vreemd en besefte toen nog niet welke inpact dat zou krijgen. Het leek mij geen veelbetekenend bezwaar en ik tekende voor de aankoop per 1 januari 1980.

Wat trof ik aan? Een onderneming met een sterk verouderde ponskaarten administratie. slecht opgeleide medewerkers en een verouderd productenpakket waarin de laatste jaren geen innovatie had plaatsgevonden. Geen enkel contract tussen de fabrieken die de onderneming vertegenwoordigde. Een kostbaar vrachtwagenpark, waarin van de vier vrachtwagens er dagelijks wel ééntje stilstond door ziekte van een chauffeur. Een directiesecretaresse, die een verhouding had met De Groot en leek gekomen te zijn uit één van de sprookjes Grim. Naar voorbeeld van De Groot had vrijwel iedereen op kantoor wel een relatie met een collega. En hier moest ik dus orde op zaken gaan stellen, dankzij de onvoorstelbare bedrijfsblindheid van mijn adviesgroep, die achteraf alleen op cijfers waren uitgegaan, die natuurlijk niet klopten. Een verkeerde keuze dus.

Op mijn eerste reis met De Groot langs de fabrikanten om voorgesteld te worden werd het mij al duidelijk dat ze allemaal van hetzelfde soort waren. De Groot had tijdens de reis in de auto maar één onderwerp: neuken. Tot vervelends toe had hij het erover en vertelde mij uitgebreid wat hij zoal met vrouwen deed en had gedaan. Hij dropte mij 's avonds in een hotel en ging dan met zijn fabriekscontacten de bordelen af. De Groot was voor de tweede keer gehuwd en had uit het eerste huwelijk een zoon, die ook in de onderneming werkzaam was als verkoopleider binnen. Deze had er misschien op gehoopt eens de zaak over te kunnen nemen. Hij was geen verkeerde vent en kon vanaf het begin goed met hem opschieten. Het was jammer voor hem dat hij zo'n vader had. die zijn gehele leven aan niets anders dacht dan aan vrouwen neuken. Zelfs als zij toeleverancier waren neukte hij hen, zoals de vrouw die zijn vrachtauto's had gedecoreerd.

Zo vertelde hij ook met trots het volgende voorval. Een vriend van hem ging trouwen in Parijs. Om 10 uur in de morgen was de huwelijksinzegening. Om twaalf uur vroeg die vriend die net getrouwd was,  aan drie vrienden, waaronder De Groot, mee te gaan naar een hotel. Hier had hij een kamer gehuurd en vier hoeren. Hij gebood de hoeren zich uit te kleden en  gebukt in een hoek te gaan staan. Hierop nodigde hij zijn vrienden uit de hoeren achterom te nemen. Als je zulke vrienden hebt deug je zelf ook niet was en is mijn mening. Dit soort verhalen moest ik dagelijks van hem vernemen. Ze mogen roddelen over mij zo veel als ze willen, maar ik heb vrouwen altijd gerespecteerd en ging nooit naar de hoeren.

Als we terug naar huis gingen van reizen  vroeg hij mij nog even in Rotterdam, waar ik woonde, in een hotel te gaan, zodat hij nog een nacht bij zijn maitresse kon blijven.

Ik was geen lieverdje, maar bij hem was ik een amateur in de liefde. In de wereld van neukers was hij zeker de coach.

Zij secretaresse bliefde alles over wat ik zakelijk deed. Het is daarom dat ik haar heb ontslagen.

Omdat ik uit een goed geoliede machine kwam, viel alles mij tegen. Ik probeerde nog op korte termijn nieuwe producten in te voeren, maar had daarvoor niet het juiste personeel.

De volgende tegenslag die ik kreeg was dat de bankdirecteur die mij de lening zonder zekerheden mijnerzijds had vertrekt promotie maakte en naar het midden van het land verhuisde naar  een ander filiaal van de bank. De opvolger van hem eiste ineens dat ik een geavanceerde computer moest nemen voor de administratie. Daarnaast eiste hij van mij zekerheden, zoals mijn huis. Dit wilde ik niet en zon op wraak. De door de bank geadviseerde computer-leverancier maakte er zo'n potje van dat ik gedurende vele maanden geen noodzakelijke financiele stukken kon produceren. Daardoor miste ik sturing en controle van mijn onderneming.

Ik verzon een sterfhuisconstructie en voerde die uit. Ik deed de transportsector over aan een transportbedrijf en bracht wat activiteiten over naar een andere onderneming van mij.  Ik betaalde de bank alles terug uit eigen zak(2.000.000gulden)  en sloot de onderneming drie jaar na de aankoop. Ik was daardoor wel alles kwijt maar had een schoon geweten.

In 1982 werd er bij mij ingebroken op klaarlichte dag. Mijn vrouw was om ongeveer 13.00 uur eventjes  weggegaan voor een boodschap. Ze had de deur achter zich dicht getrokken maar niet met een sleutel het nachtslot ingeschakeld. Kennelijk is met een creditcard de deur geopend want er was totaal geen schade aangebracht, wat mij nogal wat moeilijkheden met de verzekering veroorzaakte.

Wat weg was: de videorecorder, de audio installatie, alle juwelen uit een slaapkamerkastje en wat heel vreemd was een geldkistje met de inhoud van ongeveer 10.000 gulden, dat ik goed had verstopt op een plaats die eigenlijk niemand kon weten. Wel wist men op kantoor dat ik elke dag dat kistje mee naar huis nam. I

Ik heb bij de politie aangifte gedaan, maar nooit meer iets vernomen. Achteraf had men de zaak kunnen oplossen, want ik heb zelf de inbraak kunnen reconstrueren.

Op de afdeling boekhouding zat een heel mooi meisje. Dat mag gezegd worden. Zij vertelde een ieder die het horen wilde dat zij zo’n leuke Marokkaanse vriend had die zo goed voor haar was. Hij zorgde zelfs voor huisvesting in de vorm van een kamer in Den Haag(Geleenstraat)(Hoerenbuurt).

Het is bijna toeval te noemen dat ik een keer in Amsterdam was en mijn vrouw iets zakelijks in de Bijenkorf moest doen. Wat ik wel meer deed, dat ik in de tijd dat ik toch moest wachten een wandeling deed door de hoerenbuurt. Gezellige sfeer, ook al was ik geen bezoeker van de dames. Wie schetst mijn verbazing dat ik achter één van de ramen dat mooie meisje zag zitten met, ja, de gouden slavenarmband van mijn vrouw. Zij vloog weg van het raam toen zij mij zag en een uurtje later zat zij er weer, maar nu zonder slavenarmband. Mooi, he, zo’n bekentenis.

En nu de reconstructie. Zij heeft in die tijd dat zij voor mij werkte haar vriend verteld waar ik woonde en dat er een kistje in huis moet staan. Hij heeft op de uitkijk  gestaan en gewacht tot mijn vrouw uit huis zou komen. Heeft de deur geopend en snel alles van zijn gading gestolen, als hierboven genoemd. Later vond ik en ledige kistje op het pad achter het huis. Hij had als vluchtweg de tuin genomen en het pad tussen alle woningen, tussen de tuinen door. Hij had de zaak dus goed eerst verkend. Maar, ja, Marokkaanse dieven hebben goede opleidingen in die richting genoten.

Toch vraag ik mij nog steeds af hoe het kwam dat hij in zo’n groot huis in zo’n korte tijd de weg wist te vinden naar de spullen. Getipt? Door wie? De G.? Wie zal het zeggen.

De verzekering heeft wel betaald, en dat kwam weer omdat de tussenpersoon bij ons in het concern werkzaam was. Kruiwagentje dus.

De emotionele waarde van de juwelen was echter nooit meer te vervangen.

Of zij achteraf wel zo blij met die vriend is geweest laat zich raden. Hij heeft haar in ieder geval wel in de prostitutie doen belanden. Zij mocht dan wel van hem een mooie armband dragen maar moest daarvoor wel haar lichaam verkopen. Kennelijk was het een loverboy, die dief. Inmiddels zal hij wel al dood zijn of hoop ik in een rolstoel zitten. En dat vrouwtje? Verlept en verlaten!

Inbraak door mij opgelost. Politie geïnformeerd. Slaapt nog steeds.

Op dat moment kon ik nog niet bevroeden later nog een inbraak te zullen ondergaan waar de politie niets aan deed. Politie is je goede vriend!? Nou, niet voor mij. Had mijn vader toch gelijk. In je leven ontmoet je maar één, hooguit twee echte vrienden. Wel, in ieder geval geen politie.

 Gedurende deze tijd reisde ik regelmatig naar Italië. Meestal op uitnodiging van fabrikanten die mijn bedrijf vertegenwoordigde in Nederland met hun producten. Veel van die fabrikanten waren rondom Milaan gesitueerd. Ik overnachtte dan veelal in Milaan, de stad die ik nog kende uit de tijd dat ik voor VBB regelmatig een fabrikant bezocht en andere bijvoorbeeld tegelproducenten rondom deze stad in Noord Italië. Ik schreef daar reeds eerder over.

Op een keer was ik weer in deze stad, samen  met de zoon van De Groot. In de avonduren bezochten wij wat nachtclubs, totdat er één bij was die ons wat beter beviel. Op een gegeven moment  raakten wij aan de praat met één van de artiesten, een klassiek geschoolde zangeres. Zij vertelde te werken in de Scala, op dat moment samen met Pavarotti. Kennelijk was dit voor haar nog geen voldoend betaalde job, want zij werkte ’s nachts wat bij als zangeres in een nachtclub.  Waar ze als Belgische niet op gerekend had werd haar ook gevraagd de klanten wat de onderhouden. Het is daardoor dat wij aan de praat geraakten. Zij gaf toe dat het voor de nachtclub eigenaren(mafia), dus haar bazen, niet voldoende was dat zij met de klanten praatte, maar verlangden van haar ook, dat zij de klanten amuseerde in de “chambre separee”, alwaar volgens haar dingen gebeurden die het daglicht niet kon verdragen. Zij had tot nu toe dit geweigerd en vreesde hiervoor te worden gestraft. Het was vooral F***s, zo heette de zoon van De Groot, die medelijden met haar had en mij vroeg of wij er wat aan konden doen. Ik stelde voor haar na haar werk mee te nemen naar ons hotel om een plan de campagne te maken. Omdat het inmiddels toch wel erg laat was geworden stelden wij voor dat zij bij ons zou blijven slapen om de volgende dag verder te praten. F***s nodigde haar uit om op zijn kamer te komen slapen. Wat hij van haar verwachtte of wat hij heeft uitgespookt weet ik niet, maar op een gegeven moment klopte hij op mijn kamerdeur en vertelde dat er geen land  met haar te bezeilen viel.

Ik stelde voor haar naar mijn kamer te brengen voor een gesprek. Zij vertelde hoe moeilijk het is om als ongetrouwde vrouw je staande te houden in een mannenwereld waarin seks altijd centraal staat. Zo gauw als je in Italië als vouw en zeker als aantrekkelijke vrouw, in een afhankelijke rol bent aangeland wordt er misbruik van je gemaakt. Voorts vertelde zij dat zij C.V. heette, uit Noord Frankrijk te komen, piano en zang had gestudeerd en een vervelende relatie achter de rug te hebben. Zij was 23 jaar. Ik 45.

Praktisch was het inmiddels al te laat geworden voor een verder gesprek. Ik stelde voor dat zij bij mij zou blijven slapen en beloofde haar dat ik mij netjes zou gedragen. Hetgeen geschiedde. De volgende morgen aan een gezamenlijk ontbijt stelde ik Frans voor naar Nederland terug te keren. Ik zou nog een dag blijven om met C. een strategie uit te vogelen.  Zo adviseerde ik haar uitsluitend verder te gaan met te leven voor de muziek en in ieder geval niet meer in nachtclubs te werken. Ik financierde dit voor een klein deel. Na nog een nacht samen door te hebben gebracht op één kamer zwichtte ik voor haar charmes en kwamen wij wat dichter bij elkaar. Je moet weten dat naast haar begaafdheid het een heel aantrekkelijke dame was.

Ik keerde huiswaarts, liet haar in Milaan achter en beloofde telefonisch contact te houden. Zo vertelde ik enige dagen later dat ik leed aan een acute artritus waardoor ik mijn handen  vrijwel niet kon bewegen. Een geraadpleegde arts in het ziekenhuis te Heemstede, waar ik pal naast woonde, adviseerde mij de warmte even op te zoeken. Ik vond dit in een reis naar Tunesië. Waarom weet ik niet meer maar ik vertelde C. ook de uiteindelijke bestemming, met plaats en hotel. Een dag naar aankomst in dat hotel werd er mij telefonisch op mijn kamer verteld dat er iemand wachtte in de lounge. Het was C. Wij brachten samen mijn min of mee gedwongen vakantie door. Overigens mogen ze van mij van Tunesië één grote parkeerplaats maken voor bijvoorbeeld vliegtuigen.  Ik vond het een saai, vervelend en niet mooi rot land met inwoners die paarden en ezels niet alleen als trekdieren gebruiken, maar ook hun  eigen frustraties daar op botvieren door ze te slaan. Ze houden niet van dieren, hetgeen bleek uit het feit dat gedurende meer dan een week een kat die in een spouwmuur terecht was gekomen en dag en nacht zijn doodsstrijd liet horen, door mij verzocht hem of haar te redden, volstrekt werd genegeerd.

C. kwam overigens op het juiste moment, want ik had de eerste dag al met een Française die deel uitmaakte van een groepje van drie vriendinnen, een opvallend contact in de eetzaal. Naast dat zij mij uitnodigde aan hun tafel plaats te nemen probeerde zij mij op het strand en in het zwembad te verleiden met haar blote borsten. Ik bemerkte dat zij C. een dag later met een zekere woede in haar blik aankeek. Ook hier had ik weer de stroop aan mijn kont hangen. Goed, ik hield het bij C. waarmede ik samen sliep en wakker werd. De rest moet je er maar bij denken.

Na die vakantie, waardoor ik mij geweldig schuldig voelde, want het was juist mijn vrouw A****e geweest die vond dat ik die warmte moest opzoeken ter genezing van mijn handen. Ongewild en onwetend had zij mij indirect in de armen van C. gedreven. Nogmaals het is tijdens mijn huwelijk met A***e geen moment bij mij opgekomen haar op enig moment te verlaten. Ik hield van haar en zeker nog niet van C.. Ofschoon, deze had iets wat A***e niet direct had, pure schoonheid,  en daar viel ik vroeger wel op, zoals ook op mooie kleding en auto’s.

Thuis gekomen, nog pijn in mijn handen hebbende, zocht ik nog naar wat ontspanning. Ik had nog een kaartje van een vrouw die ik tijdens een recente reis naar Bangkok was tegengekomen. Zij en ik zaten op het terras aan het zwembad in hotel Intercontinental in Bangkok. Ik nam een sierlijke duik in het water, om indruk te maken op wie dan ook, toen zij bij het boven water komen zei: “Oh, ik dacht even dat je James Bond was”. Aldus gevleid knoopte ik een gesprek met haar aan. Het was een mooie vrouw, die met haar man, een dokter die een congres in Bangkok bijwoonde, had verbleven in het genoemde hotel, waarin ik ook verbleef. Ik had ze echter niet eerder gezien. Kennelijk op een suggestie van mij excuseerde zij zich dat daarvoor geen tijd meer was. Over een uur zou ze met haar man in de richting van de vlieghaven gaan om terug te keren naar Londen, waar zij woonden. Ik kreeg een kaartje van haar waarbij ze zei: “Als je eens in Londen bent moet je maar bellen.”

Regelmatig moest ik in Milaan zijn en ontmoette ik C., die inmiddels samen met Pavarotti in een opera zong. Zij begon naam te maken. Tijdens één van mijn bezoeken vroeg zij mij of ik een wandeling met haar zou willen maken op het dak van de bekende kathedraal in Milaan. Ik wist niet wat ik mij daarbij moest voorstellen. Je weet het misschien niet, maar op dat dak heb je wandelpaden met links en rechts schitterende beelden. De moeite waard om dat ook eens te gaan zien. Wat mij tijdens deze wandeling opviel was dat C. wel erg veel naar de toilet moest en ik dan op dat dak even op haar moest wachten totdat ze weer terug was. Ze had dan wat onrustigs over haar.

Niet lang daarna ontving ik een noodbrief van haar waarin ze vertelde volkomen aan de grond te zitten. Ze had inmiddels lang in het ziekenhuis gelegen en een zoon(mijn zoon) ter wereld gebracht die naar het schijnt even na de geboorte is overleden aan,  zoals zij mij vertelde,  een hartfalen. Vanaf die tijd moet ik er steeds aan denken dat dit verhaal wel kloptte van haar kant maar niet van de kant van het ziekenhuis. Ik weet dat als je in een ziekenhuis in Italië als ongetrouwde vrouw bevalt, kinderen worden verhandelt. Het is daarom dat ik hier meer over te weten wil komen. Is er een graf? Waar is dat graf? Wat zeggen de documenten? Etc. etc.! Je moet er toch niet aan denken dat er ineens een vent voor de deur staat, die zegt: “ik ben je zoon.”

Drie maanden na terugkomst uit Bangkok, moest ik voor zaken in Manchester zijn. Ik dacht daarbij ik kan wel eens even een paar dagen in Londen doorbrengen. Ik belde de mysterieuze vrouw in Londen op en vertelde mijn plan.  Ze reageerde positief en beloofde mij in Dover bij de boot op te pakken. Zij stond met haar auto op mij te wachten in haar dure nertsmantel, waarvan overigens de ceintuur, (ook nerts) er losjes bijhing. Ik ergerde mij even aan deze onvolmaaktheid. Ik kan niet tegen slordigheid. Verder ging het goed. Zij zag er schitterend uit en was zeer voorkomend. Duidelijk iemand uit de zeer rijke klasse die voornamelijk in Londen Zuid woont. Wij reden naar een peperduur restaurant in Knightbridge, met allemaal theedrinkende ladies uit de “happy few”.

Plotseling werd zij om onduidelijke reden, op dat moment, nerveus. “We gaan naar huis”, zei ze. Bij haar thuis aangekomen speelden er een heleboel kinderen, die gestuurd werden door twee dienstmeisjes. Zij gebood de dienstmeisjes met de kinderen naar een diergaarde te gaan en niet voor vier uur terug te komen. Toen iedereen het huis uit was nam ze mijn hand en leidde mij naar één van de vertrekken in het gigantische huis. Een kamer met veel genealogische apparatuur en verder een bed rondom met op alle vlakken, ook het plafond, spiegels. Hier gebeurde wat gebeuren moest. Ik ben er nog moe van. “Zo”, zei ze na afloop, “nu gaan we lekker eten”. In de auto naar een Italiaans restaurant, waar ook gedanst werd. Als ik mij de naam nog goed herinner, was dat Papagayo.  Geweldig goed en geweldig chic en duur. “Oh ja”, zei ze, “Ik heb geboekt in het Knightbridge Hotel voor vannacht”. . Ik wist toen nog niet dat dat het duurste hotel van Londen is. Ook vroeg ze aan mij of ik zin in een feestje had. Ik antwoordde bevestigend en wij reisden na de maaltijd af naar een buitenwijk in Londen Zuid. Overigens vroeg ik terloops of ze geen moeilijkheden kon verwachten van haar echtgenoot. “Nee”, zei ze. “Die zien we vanavond met zijn vriendin op het feest”. Het feestje bleek dus ineens een komend feest te zijn geworden. Hoewel ik een groot huis verwachtte bleek dit een kasteel te zijn, eigendom van een wereld populaire reporter D***d F***t. Aangekomen bleken er honderden mensen te zijn van jong tot oud en zo te zien en te horen uit de “upper class”.

We waren er ongeveer een kwartier voor achten in de avond. Om acht uur ging er plotseling een grote bel. Vijf minuten later was iedereen uit de kleren. Op één na, ik, want ik was daarop niet voorbereid. Nog vijf minuten later waren ook mijn kleren uit. Natuurlijk. Je gaat toch niet aangekleed voor lul staan. De schaaltjes coke gingen rond en de sfeer werd alom vrolijker. Er ontstond een swingersparty, zoals ik nog slechts op film had gezien. Op een gegeven moment zal ik wel twintig kerels op een monumentale trap een meisje van ongeveer achttien nemen, tot haar groot genot. Wie ik genomen heb weet ik niet, misschien wel een prinses. Wat een feest, wat een drank, wat een mensen, wat een geilheid, wat veel te zien en wat veel aan mee te doen. Elk  ander feestje daarna viel in het niet bij de herinnering aan die orgie. Later hoorde ik dat deze feesten in Londen Zuid schering en inslag zijn. Om vier uur des nachts was het feest nog niet voorbij. Velen bleven daar slapen, doch ik ging naar mijn hotel, met haar over mijn schouders, want ze kon niet meer lopen. Ik herinner mij het uitgestreken gezicht van de portier van dat deftige hotel toen ik met haar over mijn schouders naar binnen liep en zei: “Verder geen bagage.” Zij sliep al op mijn schouders en ik heb zelf één uur geslapen voor ongerekend 900 Nederlandse guldens. N******e is nog enige malen voor mij naar Holland gekomen voor een voortzetting van hetgeen wij deelden.

Denk nu niet dat ik door al die escapes van mij spelletjes waren. In feite ben ik na H****e nooit meer echt gelukkig geworden. Nog heb ik het weleens dat als ik aan H***e denk ik in huilen uitbarst. Nog steeds neem ik het mijzelf kwalijk dat ik haar in de steek heb gelaten. Nog steeds denk ik er aan hoe gelukkig wij waren en hoe goed het leven met haar zou zijn geweest. Na haar ben ik steeds op zoek geweest naar echte liefde, die ik ook van mijn ouders niet heb ondervonden. Ja ik wilde kinderen en kreeg ze ook. Ik was er echt heel gelukkig mee. Maar zie nu eens hoe ze mij behandelen. Weinig mensen zullen beseffen, die mij alsmaar aan het werk zien, dat ik in feite heel eenzaam ben, ongelukkig en ontevreden met mijn situatie. Een leven lang hard gewerkt om maar te vergeten hoe mooi het leven zou kunnen geweest. Veel bereikt, vele bezittingen verloren aan vrouwen waarop  ik steeds maar weer opnieuw kortstondig verliefd werd, om al heel snel te realiseren dat het geen echte liefde was. Nog moet ik kotsen van mensen die spreken van vlinders in hun buik. Wat vlinders? Ik heb ze nooit gevoeld. Bij mij zijn het nog rupsen, die alleen maar alles van mij opvreten. Gek, hoewel ik met de meeste vrouwen ook geen spoortje van liefde heb gekend, heb ik aan geen van allen een hekel. Ik zou er zo weer mee en bij kunnen gaan wonen. Mijn theatrale geest heeft het toch maar gepresteerd dat ik twee maal drieentwintig jaar ben getrouwd geweest en de ruzies op één hand kon tellen. Zo goed was ik in het verbergen van mijn verdriet , door gemiste kansen. Steeds was ik op zoek naar een nieuwe echte liefde, die nooit meer is gekomen. Nog heb ik vriendinnen waarmede ik een zeer goede relatie heb, doch nooit mee zou kunnen samenwonen. De angst weer verlaten te worden - want dat is twee maal gebeurd na twee huwelijken - is groot, vooral omdat ik niet tegen mijn verlies kan. Absurd is, dat ik gemakkelijk anderen verdriet kon aandoen door ze te verlaten, maar zelf hevig teleurgesteld ben als zij mij dat aandoen of hebben gedaan. Och heel verwondelijk is dat niet want dat zit opgesloten in het karakter van de narcist.Éen ding weet ik zeker van mijzelf: Hadden mijn vrouwen en vriendinnen meer moeite gedaan mij echt te leren kennen dan hadden zij ook nu nog een goede indruk van mij gehouden.

Altijd heb ik veel van mensen maar vooral van vrouwen gehouden. Ben er goed voor geweest. Ben er vaak te goed voor geweest. Slechts stront voor dank heb ik er aan overgehouden. Alle zaken en dingen waar ik in mijn leven zo keihard voor gewerkt heb zijn mij door meerdere  vrouwen afgenomen. Toevallig  vrouwen die alleen maar tevreden waren als ik goed geld binnenbracht en zorgde voor een onbekommerd leven. Ook mijn kinderen hebben in hun jeugd genoten van een zekere rijkdom die ik had en ze daardoor kon overvoeren met dingen en geneugden. Maar dankbaarheid kan ik er niet van verwachten. Zelfs nu enkelen wat financiele stroppen hebben opgelopen en zij dus weten wat het is als je zaken verliest waarvoor je hard gewerkt hebt. Zij durven mij niet onder de ogen te komen omdat ik ze regelmatig voor die gevaren waarschuwde. Onder andere heb ik altijd voorgehouden in zaken de prívébelangen niet te laten preveleren boven de zakelijke belangen. En zeker als je dit met vreemd geld doet.

Is het daardoor dat ik nu slechts werk voor een glimlach van bewoners in bejaarden tehuizen en voor minder bedeelden in de samenleving. Zij zijn tenminste echt dankbaar voor wat ik doe. Hoewel het helemaal voor niets werken mij soms ook wat te ver gaat, zeker als professionele krachten soms minachtend over vrijwilligers praten en doen. Zij vergeten dat alleen al door het aantal jaren ik meer ervaring en kennis heb dan de gemiddelde werknemer en manager.

C. had door diverse tegenslagen het moeilijk in Italie. Regelmatig belde zij mij daarover of zij schreef mij. Natuurlijk heb ik wel eens gedacht dat zij misbruik van mij maakte. Dat is ook nu nog mijn eigenschap, dat ik in eerste instantie altijd denk dat er misbruik van mij gemaakt wordt. Meestal bid ik dan tot God en vraag hem mij een teken te geven als het toch goed zit. Geloof mij dit teken kwam en na enig zorgvuldig afwegen kwam ik tot de conclusie dat ik moest ingrijpen en haar nIet langer in Italie moest laten.

Hoewel er thuis reeds enige tijd spanningen  bestonden tussen mijn vrouw en mijzelf, besloot ik C. mee naar huis te nemen en mijn vrouw uit te leggen dat ik gek was geworden op dat meisje. Tenslotte was mijn echtgenote ervaringsdeskundige, want zij was al jaren getrouwd toen zij mij ontmoette en niet lang daarna met mij trouwde. Hoewel zij het in zekere zin wel begreep accepteerde zij het niet. Nog heb ik spijt wat ik gedaan heb, want achteraf gezien zaten mijn dochters boven aan de trap de ruzie die ontstond af te luisteren. Ook waren zij getuige van het feit dat ik het huis samen met C. verliet.  

Ik betrok met C. een gemeubileerd appartement dat ik gehuurd had in de Alexanderpolder te Rotterdam. Ik werkte immers in Rotterdam. Ik heb daar vreselijke momenten doorgemaakt. Ik had een hevige heimwee naar mijn dochters en ook naar A****, mijn echtgenote. Helaas heb ik toen ontdekt dat je emotioneel van twee vrouwen kan houden maar het rationeel niet aankan. Ik had met A****e een geweldig goed huwelijk, waarin wij veel leuke tijden met elkaar hebben beleefd. Ook mijn dochters zullen nooit kunnen zeggen dat ik niet goed voor hun ben geweest. Het heeft hun aan niets ontbroken en zij konden alles doen. Brommer rijden, paardrijden met eigen paarden, schitterende vakanties en weekeinden met onze mooie caravan. Elke zondag uit eten,  enzovoort. Toch maakte ik een verkeerde keuze, want werk kwam bij mij toch op de eerste plaats, hoewel ik toen niet kon geloven dat ik meer tijd  besteedde aan mijn werk dan aan mijn gezin. Wat zij later wel mij hebben verweten.

Dit alles speelde zich af in de tijd dat ik werkte aan de sterfconstructie van ECC. Op een gegeven moment besloot ik de zaak te versnellen door de zaak te sluiten en te kiezen voor leven. C. had een contract om in New York te gaan zingen. Wij besloten  om daar heen te gaan met de bedoeling daar te blijven en samen iets op te bouwen. Kon ik dat in Europa dan zou ik dat zeker kunnen in de USA. Maar er knaagde toch aan mij dat ik dan A***e niet meer zou zien en vooral had ik veel en oprecht verdriet om het verlies van mijn twee dochters. Overigens heeft A***e, mijn vrouw, later haar dochters slechter behandeld dan ik ooit heb gedaan. Toch nemen zij tot nu de scheiding tussen hun moeder en mij nog steeds kwalijk, ondanks het feit dat hun moeder niet lang daarna zelf de scheiding aanvroeg.

Het is nu 10 mei 2017 dat ik schrijf vanmorgen op internet te hebben gezien dat Fulda een vorige woning van mij te koop aanbiedt. Zoals jullie al weten had ik in de begin jaren zeventig een woning gekocht in de Secretaris de Jonglaan te Bunnik voor een prijs van 48.000 gulden. Dit huis verkocht ik in de begin jaren tachtig voor de prijs van 225.000 gulden. Met dit geld kocht ik het huis in Heemstede voor 500.000 gulden. Dat is naar de huidige valuta ongeveer 227.000 euro. Het huis staat nu te koop voor € 1.500.000. Over prijsopdrijving door makelaars gesproken. Overigens heb ik door bijzondere omstandigheden dit huis moeten verkopen voor 225.000. gulden. Ik verloor dus 275.000 gulden en nog eens 225.000 gulden voor aflossing van de hypotheek. . Gegeven het feit dat ik ook de bank in 1983 2.200.000 heb terugbetaald die ik had geleend, zoals u heeft kunnen lezen. Het is niet voor niets dat ik over een brief van de rechter-commissaris beschik die aan mij schreef nog nooit een faillissement zo netjes te hebben zien afwikkelen. Immers de bank had mij van mijn werkkapitaal beroofd. Bij nader inzien had ik beter de bank er in kunnen laten stinken. Maar ik ben te eerlijk en te goed voor dat soort dingen. Feitelijk verloor ik dus in 1983 aan kapitaal 2.700.000 gulden van een waarde van 4.700.000 gulden die ik op dat moment volgens de bank en mijn risicoverzekering waard was. Wat een huwelijk je al niet kunt aandoen. Liefde heeft mij veel geld gekost en ik ben daar zelf schuldig aan zoals je ziet door  verkeerde keuzes. Overigens ben ik later op miraculeuze wijze weer in contact gekomen met de ex-directeur van de ABN bank, die mij destijds 2.200.000 te leen gaf en mij tien jaar later weer hielp. Ik had kennelijk in de markt nog een goede reputatie.

Met C. leefde ik tussen haar ouders in Frankrijk, hotels, appartementen,  bij vrienden en New York. Vanuit New York ging ik met hangende pootjes terug naar mijn vrouw, nadat ik C. op de trein had gezet naar haar ouders. Nooit meer iets van vernomen. Ik volg haar wel eens op facebook.