Pioniersfase van levenscyclus (0 - 20 jaar) (1937 - 1957)

In het huis rechts naast de oude meelfabriek aan de oever van het kanaal door Walcheren woonden tot 1945 mijn grootouders. Het speelde een belangrijke rol in mijn leven.

Mijn verkeerde keuzes

 

Hoofdstuk 1 Boek 1(pioniersfase)

Bron voor het schrijven van deze autobiografie

Wat een rotavond, dacht ik, verveeld onderuit zittend in de woonkamer, waarin geen enkele sfeer hing.  Ik nam een vage lucht waar van een ondefinieerbare parfum van mijn vrouw, die af en toe, als een schim, even in de kamer kwam. Meestal om te klagen over het gedrag van haar zoons, omdat die zoons  – in haar ogen – weer eens iets niet gedaan hadden wat zij had verwacht of iets verkeerd hadden gedaan.

Er waren gelukkiger tijden geweest, waarin ik de parfumlucht wel herkende, omdat ik die zelf had gekocht. De animo om voor haar nog wat te kopen was echter al lang verdwenen, sinds zij mij steeds afstandelijker was gaan behandelen.

Ik zapte wat op de TV. Wat kan iemand toch eenzaam zijn in een gezin met een vrouw en drie minderjarige zonen. Hoe dat kwam wist ik niet en ik keek eens om mij heen. Ondanks de tegenslagen, door diverse ziekten,  in de laatste jaren, had ik het toch maar weer redelijk voor elkaar, in materiële zin wel te verstaan. In de kamer stond een grote zwarte Hülsta kast van 4.80m breed en 2.20m hoog, waarvoor ik meer dan fl. 20.000 had betaald, met twee vlakke en twee halfronde glazen deuren,  waarachter de verzameling stond van mijn vrouw: een kristalverzameling van Svarowski,  in een andere kast, vliegtuigjes en antieke auto’s van mijn zonen en een olifanten en Delfts Blauw verzameling van mijzelf. De olifantenverzameling had ik grotendeels bijeengebracht uit de vele reizen die ik naar het Verre Oosten had gemaakt. De complete verzameling is inmiddels door mijn ex-echtgenote van mij gestolen, terwijl zij er juridisch op grotendeels van de inboedel zij geen recht kon laten gelden. Hierover later.

Ik zat in een Stressless fauteuil, met mijn benen op een bijpassend voetenbankje. Mijn vrouw had mij die stoel cadeau gedaan, maar ik had hem wel zelf moeten betalen. Logisch, want ik was in mijn huwelijk de enige kostwinner. Dat wilde ik zo en niet anders. Ik was nog van de oude stempel. Een man moet in zijn eentje het gezin kunnen onderhouden. Verder in de kamer bevonden zich twee niet onaardige lage moderne tafels. Een witte en een witzwarte. Een zwart lederen twee- en driezitsbank evenals een witte eethoek completeerden de meubelen in de kamer.

Geen onaardig interieur. Het had in ieder geval heel veel geld gekost. Zowel ik als mijn vrouw hadden een goede, maar vooral dure smaak. Mijn vrouw M**, het was mijn tweede echtgenote, komende uit een andere cultuur. wist echter niet hoe je sfeer in een woning moest brengen. Wat dat betreft wist mijn eerste vrouw A***e dat wel. Zij zorgde altijd voor mooie bloemen en planten in de kamer en wist door een variatie aan heerlijkheden altijd een gevoel van ‘heerlijk om thuis te zijn’ te creëren.

Ik keek onder het zappen naar mijn hand en van mijn hand naar mijn duim. Ik voelde enige pijn in mijn hand. Keek ook naar mijn andere vingers, waarvan de kootjes al enige vervormingen vertoonden, als gevolg van artritis, wat in de jaren zeventig van de vorige eeuw bij mij acuut was ontstaan.

Plotseling bedacht ik – en ik moest daar inwendig, ondanks mijn rot humeur -  toch even om lachen - dat het wel eens zo zou kunnen zijn, dat de zogenaamde muisarm - waarvan tot voor enkele jaren geleden nog niemand gehoord had - niet ontstaat door het gebruik van de computermuis, maar door het alsmaar zappen op de TV.

Ik had nog geen last van een muisarm.  Eerlijk gezegd,  geloofde ik ook niet zo erg in dat symptoom. Het zal wel weer verzonnen zijn door artsen, die zodoende weer een andere doelgroep hebben kunnen creëren, waarop zij de medicijnen, die zij krijgen aangeboden door de farmaceutische industrie, willens en wetens voorschrijven, om zodoende bijvoorbeeld een gratis vakantie te kunnen verkrijgen of een andere ´incentive´.

Het was de avond  dat Karin uit het “Big Brother” huis kwam. Het programma “Big Brother´ was ontsproten uit het brein van een producer, om een product aan hersenloze kijkers voor te kunnen schotelen, met zo goedkoop mogelijke ´artiesten´ en met slechts één doel: hoge kijkcijfers en zo veel mogelijk reclamegelden. Je sluit een groep mensen op in twee verschillende ruimten en laat ze zelf een programma maken. In de onnozelheid van dat soort vrijwel willekeurig gekozen mensen  ontstaan dan vaak hilarische conversaties, die overgaan in conflicten of vrijpartijen, zodat de voyeuristisch ingestelde kijker zich kan identificeren met die onnozelen. Het is zo iets als kijken naar – wat vroeger voorkwam - ´de dikke dame´ op de kermis. In de Middeleeuwen stond soms ook een neger te kijk op de West-Europese marktpleinen. Toen was een neger nog een zeldzaamheid. Nu hebben we er soms te veel van. Zeker in mijn geliefde Rotterdam.

Ineens schoot bij mij een opmerking te binnen die ik eens een zwarte voetballer heb horen plaatsen: “Een zwarte moet harder werken dan een blanke om hetzelfde te kunnen verdienen.’’ Het schoot mij ook te binnen dat ik eens een bezoek bracht aan een apotheek in Middelburg – in de Lange Delft -  waarvan ik de kelder mocht bezichtigen. Merkwaardig was, dat aan de ruwe muren ringen waren bevestigd. Ik dacht in mijn onnozelheid dat het toch wel moeilijk moet zijn geweest om die paarden naar de kelder te brengen, gezien het wankele trapje dat ik zoeven afdaalde. Ik vroeg aan de apotheker of hij wist waar die ringen voor hadden gediend.  Het antwoord van de apotheker was:  ‘Daar zaten vroeger de slaven aan vast, die men in Afrika had buitgemaakt en hier wachtten op de doorreis, bijvoorbeeld naar Amerika. Pure koopwaar dus.’ Koopwaar van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. En dan te bedenken dat Holland en Zeeland en dan met name Middelburg daar haar welvaart aan te danken hadden.  Afijn, we hebben in Middelburg nu een gedenkplaats voor die slavernijperiode. Een doekje voor het bloeden. Mosterd na de maaltijd.

Vanmiddag, voorafgaand aan die rotavond en een deel van deze avond had ik mijn zoons E****d en A*******r nog geholpen met hun modelspoorbaan. Een paar dagen geleden hadden zij deze verplaatst van de overloop naar de zolderkamer van E****d, mijn oudste zoon. Daar was meer plaats en je kon er gemakkelijker omheen lopen, om te monteren en te spelen. Want dat is eigenlijk het leukste aan een modelspoorbaan, het monteren en demonteren, en steeds maar weer opnieuw creëren van een ander landschap. Hoewel, ……. ik had enige jaren daarvoor enige kant en klare modellandschappen gekocht op de Slotlaan te Zeist, in welke stad ik in 1985 was gaan wonen en in 1986 trouwde met M**, mijn tweede vrouw.  E****d werd er geboren in 1987, in Zeist dus. Die landschappen waren mooie Zwitserse dorpen. Het was een prachtig gezicht om die treinen door die dorpjes, over bergen en door tunnels te zien rijden. Ik had op één van de treinen eens een camera bevestigd. Het beeld dat je later zag was dan van bijna werkelijke aard.

De volgende  avond zat ik weer alleen met mijn gedachten,  intussen kijkend naar Rob van de Brink’s  “All you need is love”,  om te zien dat mensen toch ook gelukkig met elkaar kunnen zijn, zeker op Kerstavond. Want dat was het vanavond. Mijn vrouw had zich weer eens teruggetrokken op haar kamer. Vroeger, in gelukkiger jaren heette dat de ouderslaapkamer. Ik mocht echter al lang niet meer in die kamer komen. Het was het domein van “madame zelf’. Zou zij ooit in haar leven nog gaan beseffen hoeveel pijn het een man doet als hij het gevoel krijgt, dat degene die hij toch echt lief heeft,  hem behandelt als overbodig en hem het gevoel geeft niet meer welkom te zijn in zijn eigen huis. Tot diep in mijn ziel voelde ik het verdriet en dat bewoog mij regelmatig tot tranen toe. Moet dat het lot zijn van een man die drieëntwintig jaar ouder is dan zijn vrouw? Is dat de straf voor een verkeerde keuze? Dat ook mijn zoons mij afstandelijk begonnen te behandelen deed mij nog meer verdriet, terwijl ik er altijd alles gedaan heb om het mijn zoons naar de zin te maken en alles te kopen wat zij wilden hebben. Nuttig of niet nuttig.

Ook dacht ik aan mijn beide dochters uit mijn eerste huwelijk die ook niets meer van mij wilden weten. Niet dat ik niet goed voor ze was geweest – integendeel – zij kregen alles wat hun hartjes begeerden. Maar ik had weer eens een verkeerde keuze gemaakt. Ik had gekozen om een tijdlang in Hong Kong te gaan werken en wonen. Enerzijds omdat er daar weer meer kansen voor mij lagen, maar anderzijds ook enigszins te vluchten voor de werkelijkheid die door onverwachte tegenslagen in Nederland waren ontstaan. Ik liet de opvoeding van de dochters aan mijn vrouw over. Een verkeerde keuze. Niet dat zij slecht voor de dochters was, maar ze had na mijn vertrek het uitgaansleven ontdekt en kon als zodanig niet die aandacht aan ze besteden, die puberende tieners zo hard nodig hebben.

De jongens speelden weer met hun trein, aan de geluiden te horen die van de tweede verdieping tot in de beneden verdieping  doordrongen. Ik was erg verdrietig en trachtte mijn zinnen te verzetten met schrijven. Dit jaar weer geen Kerstboom of versieringen! Geen kerstfeest! Geen kerstcadeau!. Geen gezelligheid! Niets, niets. Eigenlijk een avond om maar uit het leven te stappen. Ik dacht hier serieus over na. Zou ik vanavond wel de durf daarvoor hebben? Ik woonde dicht bij een spoorwegovergang. Ik dacht er wel eens over na hoe dat dan zou zijn , zou aflopen en welke gevolgen het zou hebben voor mijn nabestaanden, maar vooral ook voor de machinist van de trein. Hoewel, ondanks dat ik vond dat mijn leven ondraaglijk was, was ik toch nog te laf om uit het leven te stappen en wonnen mijn rationele gedachten het nog van de emotionele. Dat zou niet eeuwig zo blijven. Hoe moet het dan met de kinderen, als ik er niet meer ben? Mijn vrouw was niet in staat ook maar één gulden te verdienen voor haar en haar zoons. Ja, ik had te maken gehad met een serie zakelijke- en privétegenslagen. De eerste tegenslag zou ik wel weer te boven komen, zoals het altijd al is gegaan.  Ik had nog nooit in mijn leven behoeven te solliciteren. Ik werd altijd gevraagd.

Dat waren voornamelijk mijn gedachten op de kerstavond van 1997. Ik dacht terug aan de gezellige kerstdagen, die ik altijd had met mijn eerste liefde en verloofde H****e. Later met mijn vrouw A***e en mijn kinderen D****e en S****e uit mijn eerste huwelijk. ‘Waarom heb ik dit allemaal laten gebeuren? Zakelijk, grotendeels alles onder controle, privé overgeleverd aan vrouwen die voor mij uitmaakten hoe ik moest leven. Waar en waarom heb ik de verkeerde keuzes gemaakt?  Hoe en door wie werden die keuzes ingegeven?’ peinsde ik.

Ik geloofde in God en in zekere mate ook in een voorbestemming. Ik was er echter nog niet achter wat het uiteindelijke doel dan moest zijn. Een zelfanalyse was hier wel op zijn plaats. Een analyse op papier, want dan kun je jezelf er later nog eens mee confronteren. Dit ging ik ook doen. Ik besefte nu nog niet dat die zelfanalyse, geholpen door psychologen en psychiaters, pas in 2004 werkelijk goed tot stand kwam en ik mijzelf pas goed leerde kennen.

De volgende dag was al niet veel beter dan de voorgaande dagen. Ik had mijn zoons in een kwade bui, met uitgesproken spijt achteraf; verboden verder met hun treinen te spelen. E****d had in tegenstelling tot wat ik hem verboden had, toch weer een locomotiefje opengemaakt, met als gevolg, dat het niet meer reed. Zou dit enkele jaren later zijn gebeurd, dan zou ik het hebben begrepen. E****d had een technische knobbel en wilde altijd weten hoe iets in elkaar zat. Op zijn zeventiende begon hij met het zelf bouwen van computers en met een goed resultaat. Nog steeds echter beschouwde ik die treinen, hoewel aan mijn zonen gegeven, een beetje als mijn eigen bezit. Treinen waren altijd mijn grote wens geweest, sinds ik tijdens de tweede wereldoorlog, bij mijn neefje Gerard er mee kennis had gemaakt. Helaas waren mijn ouders niet in staat dit soort speelgoed voor mij te kopen, in die tijd, oorlogstijd.

Ik herinner mij, daaraan terugdenkend, wat mijn vader na de oorlog regelmatig tijdens familieavonden vertelde: ‘Wat ik die moffen nog het meest kwalijk heb genomen, is het feit, dat ik geen goed stukje speelgoed voor mijn zoon heb kunnen kopen.’  Het waren echter niet alleen ‘die moffen’ die er de oorzaak van waren dat ik geen treinen kreeg – immers mijn neef Gerard, die twee jaar ouder was, kreeg ze wel. Het kwam ook omdat mijn vader gedurende de oorlog niet genoeg verdiende om dergelijk kostbaar speelgoed voor zijn zoon te kopen. Hij had het verdomd om voor de Duitsers te gaan werken als werktuigkundige op de grote vaart en was gedwongen een andere keuze te maken die minder opleverde.

Ik vond wel dat mijn zoons te veel tijd aan die treinen besteedden, zodat de piano, de viool en het beloofde voorwerken aan wiskunde door mijn zoon E****d, niet aan bod kwamen.

Van mijn vrouw had ik ook vandaag geen woord ontvangen. Het enige wat mij vanavond nog wat kon opvrolijken was een kort concert met H****t L***i, die – hoewel ik hem niet tot mijn favoriete zangers beschouwde – prachtige Kerstliederen zong, die mij opnieuw tot tranen bewogen. Ik moest op deze avond vooral denken aan de mensen die in mijn leven een  grote rol hadden gespeeld en die ik was kwijtgeraakt, door overlijden of door verloren gegane vriendschappen. Daaronder waren zelfs veel bekende Nederlanders. Ik noem maar even P****i T**w(actrice), Joop Doderer(zwager), Jan Blazer(komiek) en vele anderen. ‘Ook door verkeerde keuzes?’, vroeg ik mij af.

Niet alleen daardoor, maar vooral het feit dat ik in een grote stad was grootgebracht, was debet aan het feit dat ik schoolvrienden en onderwijzers had leren kennen, die ik na mijn schooltijd nooit meer heb gezien. Dat is zo en zo één van de vele nadelen als je in een grote stad heb gewoond. Je gaat dagelijks gedurende vele jaren op school met elkaar om, dan neem je aan het einde van die schooltijd van elkaar afscheid en worden je vrienden ook opgeslokt door zo’n stad en zie je ze nooit meer. Vrienden en leraren van de middelbare school kruisen na je schooltijd nooit meer je pad. Collega’s in de diverse bedrijven waarin je hebt gewerkt, delen nooit meer je gevoelens, zo gauw je het bedrijf hebt verlaten. Wat een oppervlakkigheid. Wat een gemis. Wat een eenzaamheid. Wat een rotgedachte. Wat een verlies.  ‘Was ik maar in Volendam, Nieuw- en St. Jooslland, Veere of Lochem geboren en getogen, dan zou ik vrienden, kennissen en familieleden hebben gehad voor het leven. Hoewel voor het leven? Ook in deze dorpen vliegt de jeugd tegenwoordig uit op zoek naar geluk in de grote steden, die  overigens meestal niet het echte geluk brengen waar ze naar uit hebben gezien.’

Dit ging er in mij om, op kerstavond, alleen, heel erg alleen, met mijn verdriet om het verlies van mijn vrouw en kinderen, hoewel die nog in huis woonden. Wat zou ik in hun ogen nu verkeerd hebben gedaan? Werkelijk ik wist het zelf niet. Ik had mij uit de naad gewerkt voor mijn gezin, maar het bleek nooit genoeg te zijn. Het geld kwam met scheppen binnen maar ging er met kruiwagens uit. Nooit had ik verwacht dat mijn vrouw mij zo rot zou gaan behandelen.

Ik nam mij voor een studie naar mijzelf te gaan doen, want er moet toch een oorzaak zijn voor mijn falen in relaties.