Mijn verkeerde keuzes

Verzadigingsfase van levenscyclus (60 - 80 jaar) (1997 - 2017)

60 jaar

 

Hoofdstuk 15 boek 4

Ik was, toen ik  nog voor de klas stond op het Delta college, enige keren bewusteloos geraakt. Ook had ik heel veel pijn in mijn rechter kuitbeen, na een relatief korte wandeling. Dat was in 1997. Daarvoor had ik ook regelmatig klachten over vermoeidheid, duizeligheid, afwezigheid en steeds maar weer pijn in mijn kuitbeen, eerst in het rechterbeen, later in het linkerbeen en weer veel later in mijn rechterbeen.

Ik loop niet zo snel naar een huisarts, maar in 1997, na jaren  van klachten, ging ik toch eens buurten bij  hem. Zijn diagnoses waren verschillende keren,  dat alles het gevolg was van stress door spanningen in mijn vak als docent en door het vele staan. Ik werd achteraf gezien steeds met een kluitje in het riet gestuurd. De klachten namen toe en bij de huisarts kwam ik geen stap verder. Totdat ik een keer zo kwaad werd dat ik weer naar hem toeging, op een stoel ging zitten en tegen hem zei: "Ik ga niet eerder van deze stoel af totdat jij hebt vastgesteld wat ik mankeer".

Hij haalde een bloedsuikermeter tevoorschijn, achter in een laatje, en probeerde het aan te zetten. Hetgeen niet lukte. Hij gaf de schuld aan de batterijtjes, die mogeijk te oud waren. Probleem was dat hij geen andere batterijtjes in zijn praktijk had. Hij stuurde zijn assistente om nieuwe. De nieuwe ingezet, prikte hij in mijn vinger en liet de meter het bloed opzuigen. Normaal volgt dan na enkele tellen de bloedsuikerwaarde. Dit maal niet en nu pas ging hem een licht op. De bloedsuikerwaarde moet bij een gezond mens liggen tussen een waarde van 6,00 - tot 8,00 mmol/l. De meter sloeg niet uit. Het maximale bereik van een bloedsuikermeter is 38 mmol/L Dit is extreem hoog en dodelijk. Ik zat volgens hem nog hoger en dus was het tijd om mij op te nemen in het ziekenhuis. Een uur later lag ik er in. Het duurde dagen voordat men mij op een acceptabele waarde had gebracht. Ik had dus zwaar suikerziekte ofwel diabetes mellitus en was veroordeeld tot vier keer per dag insuline in te spuiten.

De pijn in mijn benen werd geleidelijk erger. Het kwam vaak voor dat ik geen meter meer kon lopen en moest wachten tot de pijn was gezakt. Men noemt dit etalagebenen, omdat mensen die dit hebben en er niet aan willen toegeven,  voor de etalage gaan staan om de pijn te laten zakken, op een manier die minder opvalt. Toen de pijnen in mijn benen een ondraaglijk peil hadden bereikt en ik strompelend over straat liep, ben ik opnieuw naar  de huisarts gegaan en gevraagd om een verwijzing naar een vaatspecialist. Het ziekenhuis in Vlissingen had geen gespecialiseerde vaatchirurg en zo kwam ik in handen van Dr. V**, een algemeen chirurg.

Er werd geconstateerd dat de toevoeraders in mijn benen vrijwel dicht zaten, als gevolg van jarenlang suikerziekte,  die niet behandeld was. Bij zelfs een geringe inspanning, als wandelen, kregen de spieren niet genoeg zuurstof om te functioneren. Dr. V** stelde een operatie voor. Zo kwam ik van een zeer actief leven in een stoel terecht. Lopen kon ik slechts met een wandelstok en dikwijls kon ik helemaal niet lopen. Ik werd dus voor het eerst in mijn leven een last voor een vrouw en wel voor een vrouw als de mijne, die niet kon voorstellen dat mensen ook ziek kunnen worden. Zij zag mij als een goedlopende geldmachine en daar kwam nu plotseling een eind aan. Ik was sedert 1980 een zelfstandig ondernemer, die geen beroep kon doen op een uitkering in welke vorm dan ook. Ik moest mijn reserves gaan aanspreken en toezien dat het uitgavepatroon van mijn echtgenote niet werd aangepast. Het bleef er met kruiwagens uitgaan.

Wat Dr. V** heeft gedaan is mijn toevoer hoofdader in mijn been buiten werking stellen. Hij bracht van mijn enkel tot in mijn buik een kunstader aan. Deze kunstader bleek een nog al dure aankoop te zijn. Het was een geprepareerde navelstreng die geimporteerd werd uit de Verenigde Staten van Amerika. Iets dergelijks was volgens hem niet in Europa verkrijgbaar. Zo gezegd zo gedaan. Hij bracht de kunstader aan en hoopte dat het euvel van niet meer kunnen lopen voorbij was. Na een verblijf van 14 dagen in het ziekenhuis en 10 dagen thuis, bleek de ader weer vollledig dicht te zitten. Ergens was iets niet goed gegaan. Het ziekenhuis in Vlissingen stond bol van de fouten. Mijn overkomen foutje kon er nog wel bij.

Twee maanden later  werd ik opnieuw door Dr. V** geopereerd. Eene ader er uit, andere ader er in. Het lijkt zo gemakkelijk. Zo'n operatie duurt wel vier en een half uur. Het was mijn linker been die werd aangepakt. En wat was het resultaat? Een paar dagen na de operatie stond er een invallend chirurg aan mijn bed. Hij voelde aan mijn rechterbeen, voor hem het linker been en zei: "Oh, het been wordt weer lekker warm." "Ja", zei ik, "maar u staat wel aan het verkeerde been te voelen. Mijn linkerbeen is geopereerd." En nu het resultaat. Na  14 dagen ziekenhuis en 10 dagen thuis bleek de ader weer volledig vertopt te zijn.

Ik meen toen gezegd te hebben dat ik geen claim tegen het ziekenhuis zou indienen onder de voorwaarde dat zij in het vervolg van mijn poten afblijven en ik nu geopereerd wil worden door de beste vaatchirug die er in Nederland is. Dokter V**, die de twee mislukkingen op zijn naam heeft staan, vertelde mij dat hij in de komende dagen een congres moest bijwonen in Rotterdam alwaar hij die chirurg zou ontmoeten en hem zou vragen mij te opereren.

Een bijna met pensioen gaande professor wilde mij wel opereren. Het was op 27 januari 2000 dat ik de ontmoeting had met prof. Van Urk. In de eerste plaats vertelde hij mij dat nooit een algemeen chirurg een dergelijke riskante operatie zou moeten mogen uitvoeren. De wijze waarop Dr. V** het heeft gedaan was volgens hem 100% fout.

Op 6 juli 2000 ontmoette ik prof. Van Urk weer, op de poli Heelkunde en onderging een Doppler onderzoek op dezelfde dag.

Wat hij in het kort heeft gedaan is dat hij de kunstader heeft genegeerd en de kleppen heeft omgedraaid in de afvoerader, zodat deze nu geen afvoerader meer was maar toevoerader. Op mijn vraag hoe het bloed dan bij mijn hart moest komen zei hij, dat als ik maar voldoende zou lopen, het been zelf weer adertjes zou aanmaken om te zorgen dat deze de oorspronkelijke afvoerader zouden gaan vervangen. Dat is gelukt, hoewel,   het been erg gevoelig is gebleven en ik er geen grote inspanningen mee kan verrichten. Een kort wandelingetje kan nog wel, maar geen vierdaagse. Dit alles is snel verteld, maar alles bij elkaar ben ik er jaren mee bezig geweest en kon gedurende die tijd niet werken.

Ik ben echter een vechter en stelde onmiddellijk een doel weer terug te zullen komen in de maatschappij. Daarvoor stelde ik doelen die verwezenlijkt zouden moeten worden. Ik ben te veel door dalen gegaan om het nu af te laten weten. Ik wendde mij opnieuw tot God en vroeg hem mij bij te staan op nieuwe wegen.

Hoewel ik weer zonder krukken kon lopen,  na de derde operatie,  bleef mijn been gevoelig en pijnlijk, alle uren van de dag. Begin 2005 kon ik opnieuw niet meer voort, door een verstopping in het rechter been. Omdat ik al twee hartinfarcten had moeten ondergaan, was de professor, die ook nu weer mijn been zou opereren, bang dat ik niet door de narcoses en operaties zou komen. Daarom heeft hij enkele dagen in het Erasmus ziekenhuis te Rotterdam proeven gedaan waarbij mijn hart onmenselijk zwaar werd belast. Ik heb het doorstaan en hij durfde de operatie aan. Er zaten echter veel risico's aan. Zo moest ik er vóór de operatie voor tekenen, dat als het tijdens de operatie zou blijken niet te lukken, hij het been zou amputeren. Daarmede wist ik meteen dat er maar één keer aan het been zou kunnen worden geopereerd en niet drie keer zoals aan mijn linkerbeen. Nogmaals, mijn verwaarloosde diabetes is er de oorzaak van dat ik aan hart- en vaatziekten ben gaan lijden.

In diezelfde periode is er ook een poliep op één van mijn darmen weggenomen, die veel bloedverlies veroorzaakte bij het urineren. Het was op 5 november 2001 dat ik een colonoscopie onderging door Dr. Draper.

In die tijd van operaties en revalidaties heb ik nog al wat tijd besteed aan de fusie tussen de voetbalclubs Middelburg en Zeelandia. De Gemeente eiste een samengaan om in anmerking te komen voor nieuwe velden en een nieuw clubhuis. Ik ben aangezocht als voorzitter van Middelburg om de onderhandelingen met de Gemeente en Zeelandia te doen. Hoewel de tegenstand groot was blijkt er nu een bloeiende club uit te zijn voortgekomen. Zo zie je, je moet in het leven een visie hebben en een vooruitziende blik, en die heb ik. Het heeft ook mijn revalidatie een beetje verzacht. Ik voelde mij tenminste niet geheel onmisbaar. Want oh, wee, als ik dat gevoel heb, dan ben ik niet te genieten.

Bij alle lichamelijke ongemakken had ik ook nog eens te maken met een vrouw die er blijkbaar niets omgaf dat ik ziek en deels behoevend was.  Zij wenste zich niet te verdiepen in wat diabetes hebben betekent. Zij ging daarin met haar Natiolistische instelling zo ver, dat ze er boos om werd, omdat zoals ze zei , dit in Zuid-Korea niet voorkwam. Met frisse tegenzin bezocht zij mij na elke operatie in het ziekenhuis. Er was een moment bij dat ik door had dat ze reuze de pest in had. Ik kwam daar later achter waarom. Zij had mijn Mercedes in de prak gereden. Ja, een auto besturen heeft zij geleerd in ongeveer 80 lessen en nog kon ze het niet. De sfeer in huis werd steeds spannender en onhoudbaarder. Zij presteerde het, dat als ik een avond ergens had lesgegeven, onder bedreiging van een mes, mij dwong mijn penis ter inspectie te laten zien of er geen sporen van een vreemde vrouw te vinden waren.

Soms was ze wel heel erg lief. Zij zei dan met een theatraal gezicht waarin dan een flauwe glimlach te zien was, dat ik er wel een vriendin op na mocht houden. Alleen maar in de verwachting dat ik zou zeggen, die heb ik al, terwijl ik echt in die tijd nooit vreemd ging, niet alleen om reden van trouw, maar ook om reden van gezondheid, waar ik later op terug zal komen. Al met al zou je denken die vrouw moet wel erg veel van je gehouden hebben als ze zo jaloers was. Maar juist dat kon ik niet bij haar ontdekken. Na 1997 moest regelmatig aan mijn eigen vrouw enkele honderden guldens betalen om met haar naar bed te mogen. Inmiddels deelde ik al lang het echtelijk bed niet meer. Mevrouw was Koningin in haar slaapkamer, die voor mij en de kinderen op slot bleef. Slechts een parkiet was haar metgezel. Ik heb begrepen dat na mijn verlating een poes de plaats heeft ingenomen van een parkiet.

Met veel eigen inzet en doorzettingsvermogen krabbelde ik weer overeind, wel geteisterd door verdriet om mijn jongens, die langzamerhand door verdeel en heers opvoeding door hun moeder, van mij vervreemden. Vooral E****d,  mijn oudste zoon,  keerde zich tegen mij, terwijl ik hem geen stroobreed ooit in de weg gelegd heb. Hij liet zich door zijn moeder opstoken om haar behulpzaam te zijn met  onderzoek naar mogelijke ontsporingen door zijn vader, die echt niet vreemd ging maar wel eens een bar of café bezocht om wat gezelligheid te ondergaan, die hij thuis miste. Zelfs bordelen bezocht ik wel eens, in de hoop een stemming te krijgen die ik miste, door ziekten en psychische druk. Een verwaarloosde man is net zo erg als  een niet bekeken vrouw. Was ik vroeger de Don Juan van de straat, in mijn werk, in mijn omgeving, op mijn school etc. nu leek het wel of geen vrouw meer naar mij keek of nog erger,  wilde. Ik ben in een kluizenaarstoestand geraakt zonder ook maar enige zin in het leven.

Elke dag stond ik dicht bij een situatie waarin ik meer dacht om een einde aan mijn leven te maken dan er nog iets van te willen maken. En alleen door zo'n rotvrouw. Ik zocht daarvoor steun in Utrecht en Driebergen, toen ik nog in Zeist woonde en later in Vlissingen en Kloetinge toen ik Middelburg woonde. En het werd alleen maar erger.

Ik leed natuurlijk ook nog onder het feit dat ik geen contact met mijn dochters had, terwijl ik geen enkele plausibele reden kon verzinnen waarom zij mij niet mochten. Ja ik was in hun jeugd weinig thuis, werkte te hard, maar daarvan hebben zij ook bovenmatig van kunnen profiteren. Had ik dan een lieve huiselijk maar  straatarme vader voor ze moeten zijn? Ik koos zelf voor een wat minder lieve vader, maar wel rijk. Dat ik mijn schoonzoons niet erg hoog achtte had ik goede redenen voor.

Uit de hel op aarde kan ik nog een verhaal vertellen. In het najaar van 2003 vroeg ik aan mijn echtgenote en de zonen of ze zin hadden in een skivakantie in Oostenrijk. Dat hadden ze. Wij zouden in februari 2004 gaan. Enkele dagen voor vertrek vertelde mijn vrouw niet mee te zullen gaan. Ik was kwaad en de jongens ook. Ook mocht ik mijn jongste zoon niet meenemen. Op de dag van vertrek om ongeveer zes uur in de avond probeerde ik haar alsnog over te halen alsnog mee te gaan en in ieder geval mijn jongste zoon mee te laten gaan. Tot twaalf uur in de avond, de uiteindelijke tijd van vertrek, hebben wij slaande ruzies gehad. Zij stond toe dat mijn zoons E****d en A****r en ik mochten gaan, op voorwaarde dat ik € 2.000 aan haar zou betalen. Wij zijn gegaan en ik ben ontzettend dankbaar dat wij hebben doorgezet, want nog steeds noemen die zonen dat hun beste vakantie ooit. Zonder hun moeder was het gezellig, met hun moeder in het verleden was er altijd wel iets waardoor de vakantie in het water viel. Uiteindelijk is deze vakantie er de oorzaak van geweest dat ik het juk heb afgeschud en het gezin heb verlaten, overigens niet voordat er weer een voorval was geweest wat typisch was voor mijn vrouw met een zieke geest. Mocht u nu denken dat na alles wat ik tot nu toe nu heb geschreven er aan mij ook een steekje los zou moeten zitten, nodig mij dan uit voor een gesprek en u zult tot de ondekking komen dat ik geen bijzondere man ben maar gewoon een vent die alles goed op een rijtje heeft en weet wat hij zegt en doet, met nauwelijks enige afwijking.

Vanuit Oostenrijk belde mijn zoons regelmatig naar hun moeder in Nederland, maar die nam geen enkele keer op. Op mijn vraag wat denken jullie te gaan kopen voor je moeder en je broertje, noemden zij wat op. Voor de laatste viel het oog op een prachtige brandweerauto met alles er op en er aan. Ik geloof dat moeder de auto direct in beslag heeft genomen en verstopt zodat mijn jongste zoon er niet mee kon spelen. Het deed mij veel verdriet en nog moet ik huilen als ik er aan terugdenk. Voor moeder viel de keuze op een kostbaar donzen dekbed. De keuze kwam van E****d, die er op stond het van zijn spaarcenten te betalen. Moeder heeft het bed niet in ontvangst genomen. Het is uit huis verdwenen. Zo voedde mijn vrouw de kinderen op. Nog erger dan Spartaans. En instanties maar geloven dat zij een goede moeder was. Er is in al die jaren niet één grondig onderzoek geweest naar de gedragingen van mijn ex-vrouw.

Mijn oudste zoon is met zijn zestiende jaar door zijn moeder uit huis gezet.voornamelijk omdat hij te veel kostte. Mijn  middelste zoon heeft op dezelfde wijze het hazenpad genomen. Mijn jongste zoon van twintig zit nog in de "kerker". Het is vreselijk als vader daar niets aan te hebben kunnen doen. Toen mijn zoons het huis verlieten was ik ook al lang weg.

Waarom al dat gezeik over mijn ex-vrouw. Wel, omdat zij altijd dreigde met: "ik maak je kapot". Dat heeft ze ook geprobeerd door leugens in mijn netwerk te verspreiden. Om redenen? Ik zou het niet weten? Grotendeels heeft zij dat ook gedaan, mij kapot gemaakt. Ik heb echter een enorme veerkracht en kom er altijd weer bovenop. Dat zij een verziekte geest had bewijst meerdere keren als ik weer eens in het donker 's morgens mijn onderbroek verkeerd aantrok. Nooit maakte zij mij daar op attent. Wel 's avonds, dat vond zij dat opnieuw een bewijs dat ik vreemd gegaan zou zijn. Terwijl, met mijn hand op mijn hart en bij het leven van mijn kinderen, dit niet het geval was. Dag in dag uit werd ik geconfronteerd met het paranoide gedrag van mijn vrouw, terwijl ik echt geen aanleiding daartoe gaf.

Tussen al mijn operaties door startte ik een accountantskantoor in Rotterdam, opende een winkel in Middelburg en stond als fulltime docent economie voor de klas op de Hogeschool in Vlissingen, waar ik later nog wel wat over zal schrijven. Wat ik nu wil vertellen is een voorval waarin de zieke geest van mijn ex-vrouw zich manifesteerde.

Ik maakte met een twintigtal collega docenten een reisje van twee dagen naar Parijs. 's Ochtends vroeg in de bus, voor de middag aankomen, een hele middag zwalken door de Parijs, een diner in de studentenwijk, dan laat naar het hotel, op het terras voor het hotel doorzakken tot vijf uur in de ochtend, een uurtje slapen, opstaan, wassen en kleden. Je trekt in zo'n geval een schone onderbroek aan. De oude smijt je in de koffer. Heb je wel eens aan de binnenkant van een onderbroek  gekeken, na zo'n lange zit? Nu dat ziet er niet zo fris meer uit. Terwijl ik toch echt met collega's naar Parijs was geweest vertelde mijn ex-vrouw dat mijn onderbroek bewees dat ik vreemd was geweest met een studente van school in Parijs. Waar ze het vandaan haalde weet ik niet maar ik zat er mee. Zij vertelde ook dat zij de broek naar een laboratorium zou brengen(ja lach maar!) voor onderzoek en bewijs van mijn vreemd gaan. Die onderbroek heb ik nooit meer gezien, waarschijnlijk heeft ze die ingelijst als trofé, nu. Ik heb er natuurlijk nooit meer iets van vernomen.

Als je dit zo leest zou je denken die vrouw moet toch wel erg verkikkerd op je zijn  geweest. Nou, daar kon ik niets van merken. Ik moest voor sex immers bij haar betalen!

Rijd je door de Landluststraat te Middelburg en je kijkt op nummer 16, dan zie een woning die voor en achter, zomer en winter, gesloten is. Je mag natuurlijk niet zien en horen wat er in die woning allemaal afspeelt.

Dag in dag uit werd ik lastig gevallen met doodsbedreigingen en verdachtmakingen, die ik alleen maar kon afkopen door haar flink te betalen.En instanties maar zeggen dat zij weliswaar overmatig theatraal was, maar niet gek.

Het vrat dagelijks aan mij en waarom , zal je zeggen, ben je dan niet weg gegaan. Alleen maar omdat ik mijn zoons wilde beschermen voor haar onvoorspelbaar gedrag, waarin ik geen steun van instanties kon krijgen. Van huisarts, tot hoofd van de school, jeugdzorg, meldpunt kindermishandeling, raad voor de kinderbescherming. Nog heb ik allet bewijzen in brieven van hun falen, toen en nog. Niet alleen om mij, maar om alle wanhopige vaders, die maar niet kunnen overbrengen dat er wellicht meer huiselijk geweld door vrouwen wodt gepleegd dan door mannen.

Ik laat hieronder expliciet nog even volgen de feiten waaraan mijn ex-vrouw zich schuldig heeft gemaakt en die ik haar als kindermishandeling aanmerk.

 De kinderen ontzeggen hun vader te zien is kindermishandeling.

  • De kinderen vertellen dat zij het eten heeft vergiftigd maar dat ze het toch op moeten eten is kindermishandeling.
  • Drie dagen en nachten wegblijven zonder de minderjarige zoons daarvan in kennis te stellen en huilend achterlaten is kindermishandeling.
  • Kinderen straffen door ze dagenlang geen eten te geven is kindermishandeling.
  • De dansschool iedere avond en weekend te bezoeken en de kinderen alleen thuis laten is kindermishandeling.
  • De post van de vader(ik) aan zijn kinderen achterhouden is kindermishandeling.
  • Een minderjarige zoon de deur uitzetten is kindermishandeling.
  • Het voortdurend dreigen met tuchthuizen en gestichten is kindermishandeling.
  • Zich dagelijks opsluiten in de slaapkamer en geen acht slaan op de zonen is kindermishandeling.
  • Het weigeren van goedbedoelde cadeaus van de zonen is kindermishandeling.
  • De jongens 's morgens niet verzorgen van ontbijt en schoollunch is kindermishandeling.
  • Een warm dekbed meegebracht van vakantie en zelf betaald door de oudste zoon, weigeren, is kindermishandeling.
  • Een zoon uit een ensemble nemen waarin hij het juist zo naar zijn zin heeft is kindermishandelingl
  • De vader bedreigen met messen terwijl de zonen er bij zijn is kindermishandeling.
  • Afgeven op het door de jongens te willen bouwen van een voliere is kindermishandeling.
  • Niet één keer naar de voetbal van een zoon gaan kijken  is kindermishandeling.
  • Nooit naar de repetities en concerten van een zoon die in het Zeeuws Jeugd Orkest zat gaan is kindermishandeling.
  • Zich nooit bekommeren om schoolgelden en boeken voor de zonen is kindermishandeling.
  • De zonen nimmer complimenteren is kindermishandeling.
  • Schoolrapporten altijd afkraken is kindermishandeling.
  • Theatraal suicide plegen in het front van haar zonen is kindermishandeling.
  • Haar zonen nooit eens een knuffel geven is kindermishandeling.
  • Dreigen met het afhakken van handen bij te weinig pianospelen is kindermishandeling.
  • De kinderen dwingen tot minstens 2 uur pianostudie per dag is kindermishandeling

Dit alles gevoegd bij het feit dat ik in feite ook mishandeld werd, maar voornamelijk geestelijk, deed mij toch weer opnieuw te besluiten een eind aan mijn leven te maken. Ik was echter te laf om dit geweldig te laten verlopen. Aldus besloot ik gebruik te maken van een moordwapen dat ik altijd bij me draag omdat ik aan diabetes lijd. Om daar gebruik van te maken heb je in feite twee mogelijkheden, of je spuit de bij je dragende 300 eenheden in één keer in je lichaam leeg, dan ben je in een paar uur dood, of je gebruikt geen insuline meer. Dan ga je ook dood, maar langzaam.

Ik besloot dit laatste te doen begin januari 2004. Het bleef niet bij een besluit maar ik effectueerde het ook. Ik stopte met insuline. De eerste maanden ging het nog wel, hoewel ik dagelijks het gevoel had dronken te zijn. Ik schommelde over straat en dacht soms dat ik naar een visglas zat te kijken terwijl het toch een gewoon computerscherm was. Zo kon ik op een gegeven moment,  toen ik met de auto van mijn kantoor in Rotterdam naar huis reed in Middelburg, mijn straat niet meer vinden. Zo deed ik soms de gekste en domste dingen. Ook mijn werk voor de klanten kon de schoonheidsprijs niet verdienen. Soms wist ik helemaal niet dat ik op kantoor zat, deed de gehele dag niets en ging maar weer naar huis. Ik voelde wel dat ik afzwakte, maar wist in ieder geval waardoor het kwam.

Ik functioneerde van geen kant en verloor geleidelijk aan klanten en natuurlijk daarmee geld. Er kwam dus ook minder binnen, wat mijn vrouw niet belette door te gaan met haar grote uitgaven. Ik meimelde wel eens in mijzelf, wacht maar tot ik er niet meer ben,  dan zal je moeten gaan werken, waar je een broertje aan dood hebt. Zij sprak al jaren niet meer tegen mij. Danste elke dag en genoot op haar manier van het leven, ten koste van de kinderen. Zij ging zo ver in haar zwijgzaamheid dat, als we toevallig eens met zijn allen in de woonkamer zaten, zij vroeg aan mijn oudste zoon: 'Vraag eens aan je vader of hij nog koffie wilt". En dan mijn zoon: "Mama vraagt of je nog koffie wilt". Zo communiceerden wij thuis, al jaren, feitelijk sedert 1997. Het jaar dat ik mij altijd zal heugen, want dat was het jaar dat er bij mij diabetes werd geconstateerd.

Natuurlijk heb ik mij wel eens afgevraagd wat toch de onderliggende oorzaak zou kunnen zijn waarom ik, terwijl ik mijn werk altijd zo goed uitvoerde en er van genoot, in feite ook genoot van het leven, toch er uit wilde stappen. En ik denk dat ik er achter ben gekomen na diep nadenken en afwegen. Ik ben jarenlang door mijn vrouw bedreigd met de dood. In het begin nam ik het niet serieus. Later ben ik er achter gekomen dat mijn vrouw niet alleen veel behagen schepte uit haar bedreigingen, maar ook een geweldadig karakter had. Hetgeen wel is gebleken uit wat ik hiervoor beschreef over de kindermishandelingen. Elk ander mens zou achter de tralies worden gezet als er ook maar één keer sprake was van een doodsbedreiging. Mijn vrouw ging, en gaat nog steeds, vrijuit. Een falen van alle instaties, die mij niet geloofden.

En nu terug naar mijn suicidale neiging. Na februari 2004, de maand waarin ik met mijn twee zoons naar de wintersport was geweest, namen de bedreigingen toe, terwijl ik alleen weet, dat ik daarvoor geen enkele aanleiding heb gegeven. Daarom dacht ik, ik zal je voor zijn, je zult die kans om mij van het leven te beroven niet hebben. Ik maak er zelf een eind aan, dan heb ik gewonnen en komt er eindelijk iets in de publiciteit los van hetgeen mij jarenlang is aangedaan, want de brief die ik aan de pers zou sturen lag al gereed.

Ik werd door het gemis aan insuline steeds kwader, agressiever zelfs tegenover een ieder die mij voor de voeten liep. Ik fokte mijzelf iedere dag een beetje meer op en begon zelfs moordplannen te maken, die ik uiteindelijk uit mijn hersenen deed verdwijnen door steeds maar weer te denken dat zij nog eens degene zou zijn die van mijn pensioen zou gaan genieten, terwijl zij nooit aan de betaling van de premies heeft meegedaan, dat deedt mijn eerste vrouw. En dan natuurlijk vooral gingen mijn gedachten uit naar mijn zoons, die dan zouden moeten achterblijven bij zo'n geweldadige moeder.

Het leven van mijn vrouw bestond uit die tijd uit dansen, dansen en nog eens dansen. Het regelmatig voorkomende bedorven eten in de koelkast werd bijna door de bacterien de koelkast uitgedragen. De Miele apparatuur in de keuken, die ik met veel gevoel voor kwaliteit had aangeschaft vertoonde voortdurend haperingen, die moedwillig waren aangebracht, uit nijd, omdat ik destijds (ook dom van mij) niet voor Koreaanse merken had gekozen. Het ontging mij niet dat zij niet alleen veel energie stak in het dansen, maar zeker ook en vooral in de danspartners en de dansschooleigenaar. Avond aan avond zat ik met de kinderen alleen.

Terwijl mijn gezondheid sterk terugliep en ik bijna niet meer kon lopen, door stagnatie in de bloedsomloop in mijn rechterbeen, ontwikkelde ik in het geniep een plan. Tijdens het maken van het plan werd ik al weer een keer 's nachts om 04.00 wakker gemaakt met een mes op mijn keel, terwijl zij een nog groter mes in de hand hield. Ik moest opnieuw bewijzen dat ik geen relatie er op na hield. Overigens kent u een methode om te bewijzen dat je iets niet gedaan hebt. Ik niet. Ik onfutselde haar het mes en sneed daarbij in mijn linker wijsvinger. De andere  dag, toen ik de vinger niet meer kon bewegen en naar het ziekenhuis ging voor controle, bleken twee pezen in de vinger te zijn doorgesneden. Die pezen lopen onder zogenaamde bandjes. Één pees kon men niet meer onder een bandje terugtrekken, zodat de werking van één pees teniet is gedaan. Het gevolg was  dat ik mijn vinger niet meer kon en kan strekken. Overblijfsel uit een nachtelijke confrontatie om niets.

Intussen had ik een ernstige diabetes burnout. Wat dit inhoudt moet je maar eens opzoeken in Wikipedia, dan schrik je. Vrijwel alle symptonen die daaarin vermeld staan herkende ik. En nog was ik niet dood. Ik had er misschien geen rekening mee gehouden dat ik Diabetes 2 heb, waarin de alvleesklier nog een beetje zijn werk doet, en bij mij misschien nog een beetje meer. Daarom leefde ik nog. Ja ik liep wel eens naar de rails, en ik keek wel eens omhoog naar hoge gebouwen, of keek naar beneden als ik ergens naar boven was geklommen. Toch had ik niet het lef mijn leven geweldadig te beëindigen.

Het was op een vrijdag,  in de namiddag in juli 2004 dat ik thuiskwam, de kinderen alleen vond. "Waar is mama naar toe?", vroeg ik, "En wanneer komt ze thuis? " Zij antwoordden dat ze het niet wisten. Ik was kwaad en werd nog kwader toen mijn vrouw 's avonds niet thuis kwam, en ook niet de daarop volgende nacht. Ook kwam ze zaterdag niet thuis. Ik werd steeds kwader en begon, zonder goed te beseffen wat ik deed, mijn aanhanger achter mijn auto te koppelen en te vullen met de dagelijks te gebruiken goederen. Ook zondag kwam ze niet thuis, en ook niet maandagmorgen of maandagmiddag. Nee om zes uur in de avond kwam ze thuis. Wat ik het eerste verwachtte was een verklaring, nog niet eens een excuus, waar ze was geweest en met wie. Nee, het enige wat ze zei was: "Hebben de jongens nog piano gespeeld?". Toen brak er bij iets. Dat was voor haar het belangrijkste. De zoons moesten immers van haar elke dag verplicht piano spelen. Ik was niet zo plichtgetrouw en gunde de jongens dat weekend eindelijk een beetje rust.

Ik vroeg nog of dat het enige was dat zij wilde zeggen. Er waren op dat moment in mijn geest slechts twee opties. Haar dood slaan, wat ik graag op dat moment had gedaan, of onmiddellijk het huis te verlaten en zo mogelijk ook de jongens te beschermen tegen mijn woede. Ik zie ze nog aan de deur staan. Zij en mijn oudste zoon. Op dat moment droeg ik nog een zeer kostbare Cartier ring met grote diamant. Die had ik zogenaamd voor mijn verloving van haar gekregen, maar ik  had hem wel zelf betaald. Zij vroeg hem terug. Ik gooide de ring in de richting van mijn zoon, die hem oppakte en aan zijn moedertje gaf. Terwijl zij ook van hem enorm veel heeft gestolen. Maar daar komt hij later pas achter.

Ik reed weg met achter de auto de aanhanger met eerder genoemde goederen. Ik had die dag reeds een plekje besproken op een camping in Oostkapelle. Een tent had ik een week daarvoor al gekocht als voelde ik alles aankomen. In een mutella vanwegen mijn doorgesneden pezen in mijn vinger, moest ik mij behelpen in een tentje bestemd voor kruipers. Vreselijke tijden heb ik daar beleefd, hoewel ieder met mijn lot begaan was, zowel de eigenaar van de camping als de toeristen, die grotendeels van de Vrije School in Zeist afkomstig waren en kinderen hadden die zelf wel hun opvoeding regelden. Ik werd er nog gekker dan ik al was. Zo uit je gezin, alleen in een te klein tentje. Dit heeft twee maanden geduurd, toen pas was ik in staat een huis te gaan zoeken. Overigens was de eerste week van mijn verblijf in de tent te dragen omdat mijn middelste zoon, zich inmiddels bij mij had gevoegd. Deze zoon echter werd na een week door mijn oudste zoon weggehaald op last van zijn moedertje. De rol die hij heeft gespeeld tussen mijn vrouw en mij verdient niet de schoonheidsprijs. Toch ben ik blij en gelukkig dat ik nu weer contact met hem heb, na meer dan tien jaar.

Hoe groot mijn wanhoop is geweest blijkt wel uit onderstaande brief welke ik kort na 2004 schreef aan mijn zoons.

 E****d, A*******r en R*****d,

 Nu alle directe communicatiekanalen blijken te zijn uitgeschakeld,  heb ik slechts deze mogelijkheid in de hoop jullie te bereiken.

 Jullie moeten weten dat ik tot aan mijn dood zal  blijven strijden voor contacten met jullie. Waarom? Omdat ik van jullie houd. Omdat ik jullie niets heb misdaan, anders dan te goed voor jullie te zijn geweest,  vind ik dat jullie niet het recht hebben je vader zo te behandelen,  door hem volkomen te negeren. Dat jullie moeder de contacten met mij tegenhoudt is gelegen in het feit dat zij bang is dat ik jullie onthullingen doe over haar. Wel, daar behoeft ze niet bang voor te zijn,  want ik zal zwijgen als het graf zolang zij mij maar geeft waar ik recht op heb, dat zijn de contacten met jullie en al mijn persoonlijke eigendommen en het geld dat zij ten onrechte mij afhandig heeft gemaakt en nog probeert te maken.

 Is het dan nooit in jullie opgekomen dat de leugens die zij over mij wijd verspreidt slechts ten doel hebben haar eigen misstappen te verdoezelen?

 (Ik heb als vader aan mijn zoons *****d en A*******r een kaartje gestuurd met als tekst: Ik mis je en houd van je, op:  23.09.06; 29.09.06; 11.10.06, 19.10.06, zelfs een bedankje aan hun vader kan er niet af. Kun je nagaan wat voor angst de moeder de jongens inboezemt.)

 E*****d, het zit mij nog steeds hoog dat je niet geslaagd bent voor je HAVO.  Had mijn aanbod in 2003 maar geaccepteerd om naar het Luzac college te gaan. Dan zou je nu je diploma op zak hebben. Spijt heb ik - niet om de gift - maar om het feit dat ik je een computer van € 1795,00 heb gegeven, augustus 2004. Immers toen al had ik door dat je aan computerverslaving lijdt, waardoor je je school hebt verzaakt. Je mag dan wel tegen de Raad voor de Kinderbescherming gezegd hebben dat je groter en belangrijker wilt worden dan je vader. Met jouw instelling ben ik bang dat je nog geen 5% bereikt van wat ik in mijn leven heb gepresteerd. Hoewel ik natuurlijk ontzettend trots op je zou zijn als je meer zou presteren als ik. Zoals ook mijn vader trots zou zijn geweest op wat ik gepresteerd heb. Ouders willen altijd dat hun kinderen het beter krijgen dan zijzelf. Helaas heeft hij dat nooit meer mogen maken omdat hij voor die tijd is overleden. Nog altijd krijg ik tranen in mijn ogen als ik daar aan denk. Want hoeveel fouten mijn vader ook heeft gemaakt ik hield van hem, tot het einde van zijn leven. Het zijn mijn leiderscapaciteiten geweest die mij bijzondere functies hebben opgeleverd. De tijd was anders en de bomen reikten tot de hemel in de jaren 1960 - 1980. Daarvan heb ik kunnen profiteren. Ik had echter eerder moeten beseffen dat het weer en vrouwen niet zijn te vertrouwen. Vrouwen zijn mijn ondergang geworden. Des te gemakkelijker is het nu voor mij weer iets op te bouwen. Daarvan wil ik jullie mee laten profiteren, echter niet eerder dan dat de contacten zijn genormaliseerd en ik van je moeder krijg waar ik recht op heb.

 Je vader.

  En toen de brief aan mijn oudste dochter D****e.

Lieve D****e

Ik feliciteer je langs deze weg van harte met je verjaardag op 3 september. Je bent ook een dochter waarvan ik houd,  al heb ik je gedurende 21 jaar niet meer gezien. Het zal mij zeer waarschijnlijk nooit geheel duidelijk worden waarom je me dit hebt aangedaan, terwijl jij en ik weet dat ik binnen mijn vermogen altijd goed en gul voor  je ben geweest.  Ook voor je moeder en je zuster Sabine, waarmede ik een goed contact heb. Dat ik in mijn leven diverse verkeerde keuzes heb gemaakt mag je me euvel duiden; ik heb daar spijt van. Hetgeen je me schreef toen ik in Bangkok woonde kwam niet uit jouw hart maar was geredigeerd door je echtgenoot. Ik herkende jou niet in dat schrijven. Was het waar geweest wat hij je liet schrijven dan zou ik nooit zo'n indrukwekkende CV hebben kunnen opbouwen, welke je in deze website kunt vinden. En dat terwijl ik er zeker van ben dat jij weet dat zonder de hulp van zijn gefortuneerde ouders jouw echtgenoot nooit iets zou hebben kunnen bereiken. In feite heeft hij nog niets bereikt. Alles wat jullie nu samen hebben heeft hij aan jou en zijn ouders te danken en ik vind het daarom jammer te moeten ontdekken,  in de Kamer van Koophandel,  dat jij je zakelijk nog steeds niet onafhankelijk van hem hebt gemaakt. Je zit dus aan hem vast. Dat de relatie met je moeder en je zuster, haar echtgenoot en zoon, alsmede vele andere kennissen en vrienden niet optimaal of verbroken is, en nu druk ik mij eufemistisch uit, betreur ik in hoge mate, maar wijt ik zeker niet aan jou. Zoals ik weet dat ook anderen het  jou niet kwalijk nemen. Misschien dat je me voor ik sterf nog eens iets van jou en mijn kleinzoon (of heb je nog meer kinderen?) wilt laten weten, zodat ik rustig mijn hoofd kan neerleggen. Ik schrijf je op deze manier omdat ik zelfs geen adres van je heb.

 Toon eindelijk eens je verantwoordelijkheid en je onafhankelijkheid en neem contact met mij op. Ik heb je nooit iets misdaan en daarom heb je niet het recht mij zo te behandelen. Eén en twintig jaar opgekropt verdriet is nu wel genoeg geweest. Ik kan het niet langer aan!

Overigens, als je niet naar mij toe komt kom ik naar jou, of je man dat nu goed vindt of niet. Nogmaals ik heb je nooit iets misdaan en heb het recht mijn kind te zien. Het kan een scène worden in je winkel maar dat is dan niet mijn schuld.

Voor altijd nog je vader

In mijn strijd om gerechtigheid schreef ik ook het volgende ergens op.

Hallo, mijn naam is Eduard Cornelis de Smit.  Ik kom uit Middelburg in Zeeland en ben vader van twee geweldige dochters uit een eerste huwelijk, waarvan ik er echter slechts één regelmatig zie. Verder heb ik nog drie zonen, die ik tot mijn groot verdriet,  van de moeder niet meer mag zien,  en  waarin de Raad voor de Kinderbeschermingeen een zeer dubieuze rol speelt.  Bij de Raad speelt gemakzucht en ondeskundigheid in psychologische aspecten,  een grote rol, waardoor in tegenstelling tot wat zij beweert, er zeer traumatische ervaringen bij kinderen ontstaan,  omdat de vader van ze wordt weggehouden en de moeder kan doorgaan met psychische mishandeling van de kinderen,   door het verspreiden van leugens over haar ex-echtgenoot en niet wordt vervolgd voor pogingen tot doodslag, omdat de vader zijn ex-vrouw toch nog in bescherming wilt nemen en ter wille van de kinderen geen aanklacht heeft ingediend tegen hun moeder.  Zoals in duizenden andere gevallen van psychische mishandeling van vaders, die door hun ex-vrouwen van alles beroofd zijn. Van geld, goederen en  kinderen. Mijn vader heeft in mijn jeugd eens gezegd: 'Je ontmoet in je leven slechts één echte vriend of vriendin, hooguit twee echte vrienden of vriendinnen.' Nu heb ik altijd gedacht dat je daar je eigen vrouw toch wel toe mocht rekenen. Mis! Een  volstrekt verkeerde keuze in mijn geval.

Ik heb mijn ex-vrouw een 'golddigger' , theatraal en onbetrouwbaar genoemd. Dit vereist een verklaring mijnerzijds. Zoals elders in mijn biografie wordt genoemd is mijn ex-vrouw in 1986 zonder ook maar één cent naar Nederland gekomen. Dat kan ik haar niet kwalijk nemen. Maar als je dan als man gedurende 22 jaar dag en nacht voor je gezin hebt gewerkt, als zodanig een aardig interieur en veel luxe goederen hebt kunnen  kopen, je kinderen alles hebt kunnen geven, je vrouw hebt kunnen overladen met juwelen; maar dan met een schuldloze en niet gewilde scheiding wordt geconfronteerd ga je nadenken. Wat ik overigens eerder had moeten doen. Ik was op huwelijkse voorwaarden getrouwd om - zoals ook elders vermeld - mijn gezin tegen eventuele zakelijke calamiteiten te beschermen. Nog in het begin van 2004 vertelde mijn vrouw dat wat er ook in haar leven zou gaan gebeuren, zij zou van mij blijven houden. Toen ik echter om beschermende reden mijn huis en gezin verliet, liep mijn oudste zoon E****d mij achterna en in plaats van te vragen Papa blijf, vroeg hij uit naam van mijn vrouw een ring met diamant terug,  die ik zogenaamd van haar had gekregen maar die ik wel zelf had betaald. Nog geen achtergelaten pyjama of stukje ondergoed heb ik gekregen, zoals ook niets van mijn persoonlijke in al die jaren met zorg opgebouwde verzameling spullen. Ik heb het woord dievegge nog niet gebruikt maar wellicht zal dit ook in mijn biografie komen.

Hiermede zijn de eerste drie beschuldigingen uit de eerste zin verklaard.

Nu - en te laat - ben ik er achter gekomen dat mijn ex-vrouw mij gebruikt heeft om zich hier in het Westen te kunnen vestigen en rijkdom te vergaren ten koste van anderen. Dat zij hiervoor de relatie tussen mijn kinderen en mij heeft opgeofferd is zeker voor de kinderen nog wel het schrijnende. Ik wou dat Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, Maatschappelijk werk en de Gemeente Middelburg dit eens in aanmerking willen nemen en voor het verkrijgen van de waarheid hoor en wederhoor toepassen.

 Het is mede daarom dat ik nog niet van een verdiende oude dag mag genieten en mij opnieuw in zaken moet storten. Overigens niet met tegenzin. En daar waar ik in Nederland, ondanks mijn kennis en ervaring, toch te oud(81) word geacht om te werken, heeft men in de economisch snelst groeiende economie China, mijn talenten en het bijkomende nut, nog wel op waarde ingeschat.

Ik heb bij alle instanties aangedrongen op een overleg tussen mijn vrouw en mij en gevraagd om te voorkomen dat ons geschil over de ruggen van de kinderen wordt uitgespeeld. Zonder enig resultaat.

 En toen maakte ik de volgende notitie.

Omdat geen enkele brief, email of kaart, die ik zend aan mijn kinderen door hen wordt beantwoord, jeugdinstanties hun werk niet doen, mijn ex-vrouw nog steeds op onrechtmatige wijze geld van mij afneemt, leugens blijft ventileren en niet bereid is datgene aan mij te geven wat mij persoonlijk toekomt zal ik opnieuw als enig middel deze website(omdat ik weet dat die door belanghebbenden wordt gelezen) als uitlaatklep gebruiken. Verdriet, ergernis, frustratie, boosheid zetten mij hiertoe aan.

Het is vooral het feit dat ik niet serieus werd genomen door intanties.

 Er is een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming aan betrokkenen overhandigd. Helaas heeft de Raad mijn antwoorden daar om onduidelijke redenen niet in opgenomen. De smoes was: te laat. Nu zou het slechts in het dossier worden bijgevoegd.

 Geen andere weg hebbende laat ik hieronder de bewuste antwoorden van mij volgen.

Ik geef toe dat ik gezegd heb geen belangstelling te hebben voor het rapport dat de Raad voor de Kinderbescherming heeft opgemaakt en mijn kinderen niet wil zien zolang zij zich schuldig maken aan het uiten van leugens en scheldwoorden.

Mijn gebrek aan belangstelling voor het rapport is tevens ingegeven door het feit dat het komt als mosterd na de maaltijd. In december 2004 heb ik tevergeefs hulp gezocht bij allerlei instanties nadat mijn vrouw mij in het ziekenhuis opbelde met de mededeling dat zij een einde aan haar leven wilde maken en daarin de kinderen zou meenemen. Zij vroeg mij tijdens dat gesprek ook de sleutel van mijn appartement, omdat zij daarin de zaak kort en klein wilde gaan slaan. Dat er nu pas – in 2006 – aandacht is voor onze situatie, is tekenend voor het beeld dat de Raad voor de Kinderbescherming landelijk heeft. In één woord: ondeskundig.

 Of men er verder iets mee wilt doen zal mij een zorg zijn, maar ik wens toch enige nuanceringen aan te brengen in het door de Raad voor de Kinderbescherming gemaakte rapport, dat opnieuw getuigt van het ontbreken van de wil tot waarheidsvinding en schort aan dieptepsychologie. Verder volgt het – zogenaamd in het belang van de kinderen – de belangen van de moeder en staat opnieuw een vader machteloos toe te zien hoe zijn kinderen worden afgenomen.

 Gemakshalve volg ik hierna de volgorde van de onderwerpen van het Rapport voor de Kinderbescherming.

1. Aanleiding voor het onderzoek.

Het is niet meer dan logisch dat ik niet kan aanvaarden mijn kinderen niet te zien. De beschuldiging van psychische kindermishandeling door de moeder zal ik hierna hard maken.

Dat ik in een tijd van diepe depressie er aan gedacht heb mij van het leven te beroven zal ik niet ontkennen en dat ik daarbij er aan gedacht heb de kinderen daarin mee te nemen ontken ik ook niet, dat was mede ingegeven door het feit dat ik de kinderen wilde verlossen uit hun geestelijk lijden thuis door de invloed van de moeder. Nu ik hoop dat er aandacht wordt gegeven aan de geestelijke gesteldheid van mijn ex-echtgenote zal ik het laatste voornemen niet uitvoeren.

De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt dat de kinderen zich door de ouders voelen te worden bedreigd en dat zij ook in hun ontwikkeling worden bedreigd. Des te vreemder vind ik het dat de kinderen geen fysieke bescherming ontvangen. Immers ik ben al 21 maanden uit huis en heb geen van mijn kinderen bedreigd in de vorm zoals hun moeder nog steeds doet.

2. Verantwoordelijkheid.

Ik mag hopen dat de Raad voor de Kinderbescherming haar verantwoordelijk wat serieuzer opneemt dan tot nu toe het geval is geweest. Voorlopig is men ruim anderhalf jaar tekort geschoten.

3. Onderzoeksvragen.

Van mij gaat al lang geen dreiging meer uit. Wel heeft R*****d mij verteld gestraft te worden door zijn moeder als er contact met mij zou zijn.

Nu al kan ik vaststellen dat de hulp van de Raad voor de Kinderbescherming ernstig tekort is geschoten en nog voortduurt tekort schiet, door niet de meest relevante vragen te stellen: Wat is er mis met de geestelijke gesteldheid van de moeder en in hoeverre wordt zij beïnvloed door haar cultuur en haar familieleden.

4. Gebruikt onderzoeksmodel

Prachtig theoretisch geformuleerd maar het schiet zijn doel voorbij als ik nu al constateer dat informatie in de eerste fase niet breed is ingewonnen en in tweede fase specifieke onderzoeksmiddelen niet zijn gebruikt, waardoor foute conclusies zijn getrokken.

5. Contacten

Onder verwijzing naar punt 4 constateer ik dat er geen overleg is geweest met – door mij eerder aangegeven – kinderen uit mijn eerste huwelijk, mijn eerste vrouw, dominee V*n V**n, dominee V****r, dominee S*******s, de heer De M****k (hoofd der Lagere School), familie van de P***g te Middelburg, familie T*********s, Specialisten in het Radboudziekenhuis te Nijmegen, Specialisten in het Vlissingen ziekenhuis; de laatste twee genoemden in verband met een ernstige onbehandelde schildklierziekte bij mijn ex-vrouw, huisarts D* V****s- P***s, diverse Psychiaters die gepoogd hebben mijn ex-vrouw op te laten nemen in verband met voortdurende suïcidale dreigingen en moordaanslagen op mij, de politie te Zeist – Driebergen, Milsbeek en de politie te Middelburg.

6. Factoren die van invloed zijn op het onderzoek.

De gedurende een tijd aanwezige dreiging en onvoorspelbare karakter van de melding is veroorzaakt doordat geen van de geïnformeerde instanties in de startblokken verscheen en partijen ten einde raad waren.

7. Relevante gegevens uit de voorgeschiedenis.

Uit de summiere opmerking in de eerste alinea dat E******s elders woont,  mag ik opmaken dat de Raad voor de Kinderbescherming daar nauwelijks acht op slaat. Het is echter wel zo dat ruim een jaar nadat ik het huis had verlaten ik gebeld werd door A*******r met de mededeling dat zijn moeder E******s uit huis had gezet. Hoewel E******s nu achttien jaar is zou het toch voor de Raad voor de Kinderbescherming nuttig zijn te weten wat daar de oorzaak van is geweest. Ik voorspel dat Alexander de volgende zal zijn die onder de vleugels van zijn moeder zal uitvliegen, nog voor hij achttien is.

Hetgeen in dezelfde alinea staat dat de scheidingsprocedure niet is afgerond wordt door de Raad voor de Kinderbescherming in haar rapport tegengesproken.

Als nuance wil ik nog even aangeven dat het huwelijk destijds op  huwelijkse voorwaarden is gesloten omdat ik als zelfstandig ondernemer wilde voorkomen dat bij een eventuele zakelijke calamiteit mijn gezin daarvan niet de dupe zou worden. Dat mijn ex-vrouw – die straatarm uit Korea kwam – nu misbruik maakt van die overeenkomst typeert haar als ‘golddigger’. Ik kom hier in een later verband nog op terug.

Hetgeen in de tweede alinea staat vermeld behoeft de nuance dat ik destijds geen verder onderzoek wenste, was om mijn vrouw te beschermen. Ik geef nu toe dat ik daar onverstandig aan heb gedaan.

Merkwaardig is dat er geen enkele melding wordt weergegeven, die sedert november 2004 bij het AMK te Rotterdam is gedaan, door mij, de huisarts, Emergis, de heer Herman Hermann van het Ziekenhuis te Vlissingen, Mr Nyst en echtgenote e.a. Dit alleen al maakt het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ongeloofwaardig.

Ook onvermeld blijft dat ik als vader door diverse hulpinstanties in de kou werd gezet en mijn eten moest ontvangen van de Stichting Voedselbank. Waarom kreeg de moeder wel hulp en de vader niet?

Ik geef toe dat ik meerdere malen in en rond de Landluststraat ben geweest, lopend en per auto, meestal om post te bezorgen. Ik heb daarbij tweemaal R*****d ontmoet. Eenmaal in de straat en eenmaal bij school. In beide gevallen liep hij rennend op mij af, omhelsde mij en knuffelde mij. Op mijn vraag waarom hij niet naar mij toe kwam antwoordde hij dat dit strikt door zijn moeder verboden was.

Na de tweede keer heb ik geen van de gezinsleden meer gezien, laat staan dat ik aan ‘’Stalking’ zou  hebben gedaan of iemand zou hebben bedreigd. Ik eis dan ook dat deze laatste beschuldiging wordt hard gemaakt. In gebreke waarvan ik de moordaanslagen op mij door mijn ex-vrouw alsnog bij de politie aangeef. Overigens weten kennelijk partijen niet wat ‘Stalking’ voor de wet inhoudt. Hierbij een opfrissertje: Stalking is een misdrijf waarbij het slachtoffer systematisch (meer dan een keer) door de dader wordt lastig gevallen op een manier die valt onder Stalking.

Stalking betekent voor het slachtoffer dat deze herhaaldelijk last krijgt van serieuze bedreigingen, waarbij de dader (hij of zij) tegen de nadrukkelijke wil van het slachtoffer, deze bedreigt en in verband met deze dreiging, het slachtoffer regelmatig benadert en/of volgt of op een ander manier communicatief contact opneemt met het slachtoffer en/of met zijn of haar omgeving (familie, vrienden, werk enz.).  Hiervan is mijn geval geen absoluut geen sprake.

Overigens,  is het zo ondenkbaar en onbegrijpelijk dat een vader zo af en toe eens door de straat rijdt om hem te herinneren aan de fijne tijden die hij daar ook heeft gehad en hoopt op zijn kinderen te zien, al is het maar van een afstand?

 8. Informatie van betrokkenen.

geesprek met ACdS

Ik maak mij ernstig zorgen over A*******r. Ik houd vanzelfsprekend veel van hem, mis hem en zou hem willen zeggen: ‘A*******r de deur bij mij staat altijd open voor je. Ik kan je beter verzorgen dan je moeder. Ik kan je dan uitleggen en bewijzen dat de leugens die mij door je moeder worden toegedicht niet waar zijn en verder: laat je nu eens niet leiden door wat je moeder zegt, maar ga er eens rustig alleen voor zitten, overdenk dan eens zorgvuldig wat je vader zoal voor je gekocht heeft, waar hij zoal met je naar toe is geweest,  wat hij voor je gemaakt heeft, waarheen en onder welke omstandigheden hij je bracht en ophaalde, wat het voor je zal betekenen om in de toekomst zonder de hulp van je vader op te groeien en beslis dan of het wel rechtvaardig c.q. verstandig is, zoals je je vader nu behandelt, als je nu doet. Mag ik je nog even herinneren aan de gesprekken die wij in mijn tentje hadden en waarbij ik heb uitgelegd dat ik je moeder heb verlaten om haar en jou en je broers te beschermen. Ik wil je niet tegen je moeder opzetten. Integendeel was er maar een mogelijkheid om ons te verenigen. Ik houd van jou, je broers en je moeder. Waarom jullie niet van mij? Ik heb jullie niets gedaan!

 

Gesprek met RWdS

Tegen R*****d zou ik willen zeggen:

‘Je behoeft niet bang te zijn voor je vader. Ik begrijp ook niet waar die vrees vandaan komt. Ik heb je toch nooit iets misdaan of geslagen? Ik houd van je. Voor altijd. R*****d  de deur bij mij staat altijd open voor je. Ik kan je beter verzorgen dan je moeder. Ik kan je dan uitleggen en bewijzen dat de leugens die mij door je moeder worden toegedicht niet waar zijn en verder: laat je nu eens niet leiden door wat je moeder zegt, maar ga er eens rustig alleen voor zitten, overdenk dan eens zorgvuldig wat je vader zoal voor je gekocht heeft, waar hij zoal met je naar toe is geweest,  wat hij voor je gemaakt heeft, waarheen en onder welke omstandigheden hij je bracht en ophaalde, wat het voor je zal betekenen om in de toekomst zonder de hulp van je vader op te groeien en beslis dan of het wel rechtvaardig c.q. verstandig is, zoals je je vader nu behandelt. Ik wil je niet tegen je moeder opzetten. Integendeel was er maar een mogelijkheid om ons te verenigen. Ik houd van jou, je broers en je moeder. Waarom jullie niet van mij?  Ik begrijp nu dat je moeder ineens wel aandacht aan je schenkt en je niet meer zonder eten of drinken naar school stuurt, als straf voor het niet pianospelen. Maak alsjeblieft geen ruzie met A*******r. Hij heeft het ook moeilijk.’

 

Gesprek met ECdS

Ik hoop dat hij weet waaraan hij begonnen is. Merkwaardig vind ik dat de resultaten van overigens alle drie mijn zoons zijn  teruggelopen nadat ik al lang uit beeld was. Ook aan E****d zou ik willen zeggen: ‘De deur staat bij mij niet op een kier maar wijd open. Zelf zal ik echter nooit meer contact opnemen, hoe moeilijk het mij ook valt en verder: Ik kan je dan uitleggen en bewijzen dat de leugens die mij door je moeder worden toegedicht niet waar zijn en verder: laat je nu eens niet leiden door wat je moeder zegt, maar ga er eens rustig alleen voor zitten, overdenk dan eens zorgvuldig wat je vader zoal voor je gekocht heeft, waar hij zoal met je naar toe is geweest,  wat hij voor je gemaakt heeft, waarheen en onder welke omstandigheden hij je bracht en ophaalde, wat het voor je zal betekenen om in de toekomst zonder de hulp van je vader op te groeien en beslis dan of het wel rechtvaardig c.q. verstandig is, zoals je je vader nu behandelt. Ik wil je niet tegen je moeder opzetten. Integendeel, was er maar een mogelijkheid om ons te verenigen. Ik houd van jou, je broers en je moeder. Waarom jullie niet van mij?’  Verder zou ik E****d willen zeggen dat ik nooit iemand naar de Landluststraat heb gestuurd. Die mevrouw was van het wijkondersteuningscentrum  - en dus  niet van een geloofsgemeenschap -  Middelburg en is uit eigener beweging en zonder mijn medeweten naar huis geweest. Eens zul je ontdekken dat je een volstrekt verkeerde beslissing hebt genomen door je school niet af te maken en bij de verkeerde mensen bent ingetrokken. Wat dat betreft was het bij je moeder nog beter. Je zult dit echter pas later inzien.’

 

1e en 2e gesprek met moeder

Tegen mijn ex-vrouw zou ik willen zeggen:

‘De schok was groot toen ik las dat wij – ondanks mijn tegenwerking – toch op 22 maart 2006 gescheiden zijn, vooral realiserend dat wij op 19 april 2006 20 jaar getrouwd zouden zijn geweest. Gelukkig ontdekte ik in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming toch nog iets positiefs. Zij hebben ontdekt dat je theatraal bent. En dat ben je. Je kon soms van de ene minuut op de andere een heel ander wezen neerzetten. Dat je ons huwelijk steeds weer ondermijnde door regelmatig weg te lopen, voortdurend met zelfmoord te dreigen waarin je de kinderen zou betrekken; moordaanslagen op mij pleegde om jouw doelen te bereiken en verder je onttrok aan de meest  elementaire hoedanigheden als huisvrouw, moeder en echtgenote; neemt niet weg dat ik nog steeds van je houd; anders had ik het nooit zo lang volgehouden.’

‘Het spijt mij dat ik je nooit de rijkdom heb kunnen geven waarvan jij van jongs af aan gedroomd hebt door je te voeden met stof uit Amerikaanse tijdschriften, die als doelgroep ‘de rijken’ hadden. Mijn eerste vrouw en dochters hebben wel mogen genieten van een tijdperk waarin mijn successen mij een bovengemiddelde rijkdom verschaften, mede verkregen door de steun die mijn toenmalige vrouw mij in alle opzichten verschafte; in tegenstelling tot wat jij deed. Het feit dat mijn beide dochters nu  vermogend zijn zegt misschien iets over wat ik in het verleden heb gepresteerd. Het feit dat ik destijds alle rijkdom voor jou heb ingewisseld zegt iets over mijn liefde voor jou. Als jij mij in alle opzichten had gesteund hadden mijn zoons nu ook een zorgeloze toekomst. Echter jouw egoïsme en jalousie gooiden roet in het eten. Jouw karakter kan het beste worden getypeerd door het volgende. Wij gingen samen met veel plezier naar dansles. Helaas stonden mijn benen het op een gegeven moment niet meer toe. Ik raakte invalide na drie operaties (nu vier). Mijn verwachting was dat je solidair met mij zou zijn en ook met dansen zou stoppen. Wat gebeurde echter? Jij stortte je met volle overgave op het dansen en was voor mij en de jongens vrijwel geen avond, weekeinden en soms nachten meer thuis.’

‘Dat ik je een ‘golddigger’ noem en daardoor zeer gefrustreerd ben,  is gelegen in het feit dat je nu misbruik maakt van de huwelijkse voorwaarden waarop wij getrouwd zijn. Nog geen pyjama kan ik van je krijgen, terwijl ik honderdduizenden euro’s in ons huis, kleding, juwelen, auto’s, fietsen, speelgoed voor de kinderen  en geurtjes voor jou heb besteed. Wel vraag je nu € 118,-- per maand voor de jongens – en ik wou dat ik die en nog meer zou kunnen geven – maar jij hebt mij straatarm en armlastig gemaakt terwijl jij er buiten nog steeds uitziet als een prinses. Is het daarom dat een Gemeente functionaris mij heeft gezegd dat ik geen medelijden met je behoeft te hebben. Wat heeft de oude heer Berghuis je voor je diensten betaald? Denk je dat dit de jongens kan dienen? Eens zullen ze het je kwalijk nemen dat je mij zo behandelt.  Op 24 juli 2006 is mijn boek klaar. Ik zou mijn hart alvast maar vasthouden. Overigens moet ik je teleurstellen: Ik heb nog nooit ’s -nachts naar je gebeld. Dat mijn brieven aan instanties over geld gaan is evident, na wat ik hierboven heb beschreven. Weet je nog dat ik twintig jaar geleden door jou verplicht werd al mijn foto’s van de kinderen uit mijn eerste huwelijk in te pakken en te verzenden aan mijn jongste dochter? Weet je nog dat ik gedurende twintig jaar mijn dochters niet van je mocht zien en zelfs niet over mocht spreken, laat staan foto’s van hen in mijn bezit te hebben. Weet je nog dat elke vrouw in mijn omgeving op het werk en daarbuiten door jou werd gezien als een potentiële ‘lover’ van mij? Dit heeft mijn carrière ernstig geschaad.’

‘Weet je nog hoe ik dagelijks tegen de jongens door jou werd opgezet en kan je nog tellen de keren dat ik door jou naar ouders van vriendjes van de zonen werd gestuurd op vermeend pesten door hun zonen? Heb je je nooit gerealiseerd dat het onze jongens ging om aandacht van je te krijgen? Je had het te druk met dansen. Weet je nog dat ik daardoor zelfs niet op school van de jongens mocht komen? Weet je nog hoe ik belachelijk werd gemaakt door de omgeving? Uiteindelijk was een ieder tegen ons

‘Natuurlijk heb ik ook fouten gemaakt, maar als wij beiden op tijd in therapie zouden zijn gegaan,  zouden wij onze kinderen niet zo veel verdriet hebben bezorgd.’

Als ik niet krijg wat ik verlang, namelijk een omgangsregeling met mijn zoons en afgifte van al mijn persoonlijke spullen als eerder gevraagd,  komt dit epistel op het internet. Niemand kan mij wat maken want ik vertel alleen de waarheid en geen laster.

1e en 2e gesprek met vader

Ik heb daar nog veel aan toe te voegen. In augustus 2006 kunt u het allemaal lezen in mijn boek. Ik laat geen spat van het werk van de Raad voor de Kinderbescherming heel.

9. Onderzoeksmiddelen

De onderzoeksmiddelen zijn te weinig benut.

10. Informatie van informanten

Omdat de politie net zo goed weet als ik wat onder ’Stalking’ wordt verstaan kunnen zij in het onderhavige geval geen onderzoek doen. Overigens mocht dit toch plaatsvinden dan zal ik van de gelegenheid gebruik maken om aangifte doen van de moordaanslagen die mijn ex-vrouw op mij heeft gepleegd.

Dat het leven aanvankelijk voor mij geen enkele waarde meer had, door voornamelijk het verlies van mijn kinderen, terwijl ik ook al twintig jaar het verdriet heb moeten meedragen omdat ik geen omgang met mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk mocht hebben,  van mijn tweede vrouw, zal toch hopelijk wel begrijpelijk zijn. Ik beloof hierbij dat ik de kinderen niets zal aandoen. Wel moeten zij en mijn ex-vrouw zich realiseren dat een spoedig verscheiden mijnerzijds, niet alleen door ziekten maar  indirect ook door hun zal zijn veroorzaakt . Men moet zich realiseren dat als ik in juli 2004 niet uit huis zou zijn weggelopen, om plausibele en bekende redenen ik vast en zeker mijn vrouw had doodgeslagen en in een driftbui niet zou hebben geweten wat ik de kinderen zou hebben aangedaan als zij hun moeder zouden hebben trachten te verdedigen. Daarvoor is het leed dat zij mij heeft aangedaan te groot.

A*******r is nooit het lievelingetje van zijn moeder geweest en R*****d had volgens zijn moeder een meisje moeten zijn. Mijn vrouw heeft het verdriet om het verlies van een meisje nooit helemaal kunnen verwerken, hoewel het wel haar keus is geweest. Ik bespaar u de details.

Ook nu is de werkelijke oorzaak voor het falen van de kinderen op school door de Raad voor de Kinderbescherming niet boven tafel gehaald.

11. Interpretatie en beantwoording van de onderzoeksvragen.

Als de werkelijke bronnen niet worden weggenomen zullen de zoons een blijvende bedreiging van hun leven en/of gezondheid ondervinden en daarin speelt de vader geen enkele rol meer.

Als de moeder voortgaat in het te hoog leggen van de lat in alle opzichten en haar strafmaatregelen voor falen niet achterwege laat, zal mijn ex-vrouw uiteindelijk al haar zonen verliezen door vroegtijdige uittreding uit het gezin.

12. Bespreking onderzoeksresultaten

Het feit dat ik de kinderen niet meer wil zien is slechts gelegen in  het feit dat zij liegen, d.w.z. dat zij zeggen wat moeder wil..

Als alle partijen, dus ook moeder, kinderen en vader in een bijeenkomst zouden zijn uitgenodigd zou de schade niet zo groot zijn geweest. Nu elkeen apart is gehoord kunnen de leugens zegevieren.

Dit rapport dient ook door u aan mijn vrouw en mijn kinderen en andere instanties  te worden gestuurd. Doet de Raad voor de Kinderbescherming dit niet, met een schriftelijke bevestiging dat zulks is geschied,  dan plaats ik wederom dit epistel op het internet. Dit omdat ik kennelijk geen post meer mag bezorgen in de Landluststraat.

13. Besluit

Dat verdere raadsbemoeienis niet is geïndiceerd manifesteert nog eens dat de Raad voor de Kinderbescherming  er niets van begrepen heeft..

14. Belanghebbenden:

Wederom heeft de Raad voor de Kinderbescherming een vader in Nederland in de kou laten staan.

15. Verzending aan:

Moeder, zonen en alle relevante instanties..

Aldus in volle vrijheid en naar volledige waarheid opgemaakt en ondertekend te Middelburg door: E.C. de Smit, geboren 11 februari 1937 te Middelburg.


Actueel (Alimentatie)

Een (gelukkig onbekwame) advocate  eiste namens mijn ex-vrouw een alimentatie van € 1800 per maand. De rechter vond het echter buitenproportioneel en achtte het ook niet verder ethisch verantwoord mij nog verder te ruineren en besliste een alimentatie van €  118 per maand voor mijn twee minderjarige kinderen en niets voor mijn vrouw, die jarenlang mijn inkomsten had afgeroomd.

Haar belofte om mij te ruineren (en ik zou werkelijk niet weten waarom) heeft zij volledig waargemaakt door het verspreiden van laster. Hierdoor ben ik een baan en zelfstandig werk kwijtgeraakt.

Overigens ben ik niet van plan mijn verplichting  door de echtscheiding na te komen:

  1. Zolang er geen goede omgangsregeling is met mijn (?) kinderen (ik heb ze nu al 25 maanden niet gezien).
  2. Zolang mijn vrouw doorgaat met de hersenspoeling van mijn zonen.
  3. Zolang mijn vrouw, die al mijn geld en goederen heeft gehouden, zeker mijn persoonlijke goederen niet geeft en een deel betaalt van de waarde van alle goederen.
  4. Zolang mijn vrouw niet bijdraagt in de schulden die bij mij zijn ontstaan omdat zij maandenlang mijn totale AOW en Pensioen heeft geïncasseerd en mij met de kosten voor huisvesting, energie en verzekeringen liet zitten, terwijl ik geen andere inkomsten had.
  5. Zolang zij niet aan mij teruggeeft de door haar onterecht ontvangen Bijdrage in de Studiekosten(2004) van de zonen, terwijl ik de boeken en schoolgelden heb betaald.
  6. Zolang zij niet aan mij betaalt een verloren gegaan verzekeringsbedrag aan uitvaartkosten doordat – door haar opnamen – er geen premies van de gezamenlijke bankrekening konden worden afgeschreven.
  7. Zolang zij,  de door haar smaad bij mij ontstane  faamverlies, niet schadeloosstelt.
  8. Zolang zij mijn tandartskosten niet betaalt, welke zijn ontstaan door het verlies van een aanvullende verzekering omdat de premie niet kon worden afgeschreven.
  9. Zolang zij niet de helft bijdraagt in de ontvangen belastingaanslagen die ik, als enige kostwinner,  heb ontvangen over de jaren dat wij nog samen waren.
  10. Zolang zij niet geldelijk vergoedt de maanden die ik in een ziekenhuis heb moeten doorbrengen vanwege een depressie(veroorzaakt door het niet meer mogen zien van mijn kinderen)..
  11. Zolang zij mij geen openheid geeft in haar twee spaarrekeningen en in de  gelden welke zij uit Korea heimelijk ontvangt.
  12. Zolang ik geen inzicht krijg in de spaar- en jongerenrekeningen van mijn zonen.
  13. Zolang zij niet vertelt met wie zij de dagen en nachten, gedurende vele dagen en weekeinden,  voorafgaande aan mijn vertrek, heeft doorgebracht.
  14. Zolang zij mijn ziekten niet erkent.
  15. Zolang zij niet accepteert dat mijn uitjes het gevolg waren van het feit dat ik ruim drie jaar lang uit de ouderslaapkamer was verbannen.
  16. Zolang ik geen DNA bewijzen ontvang waaruit blijkt dat ik de biologische vader van mijn zonen ben, immers mijn vrouw heb ik regelmatig tegen de kinderen horen zeggen: “Hij is niet je vader”.
  17. Zolang mijn middelste zoon mij op straat een “klootzak’ noemt.

 En wat betekende ik al die tijd als vader?

      Wie was het die regelmatig met de zoons op Zondag ging fietsen? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die maandenlang gewerkt heeft aan de bouw van een volière voor de zoons? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die jarenlang met de middelste zoon A*******er twee maal per week naar de voetbalclub van hem ging? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die jarenlang met de twee oudste zoons enkele keren per week naar de manege ging? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die naar jarenlang regelmatig naar de repetities en naar alle uitvoeringen van de oudste zoon E****d ging? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die voor € 9983,-- een piano kocht voor de zoons? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die altijd zorgde dat de zoons op nieuwe fietsen reden? Ik – niet de moeder.

      Wie was het de honderden avonden samen met de zonen aan hun treinbanen heeft gewerkt? Ik – niet de moeder.

      Wie was het die een steeds nieuwe violen ( € 1134,00) kocht voor de oudste zoon E****d? Ik – niet de moeder.

      Wie ging er met de twee oudste zonen op wintersportvakantie? Ik – niet de moeder.

      Wie kocht er voor de zoons rollerskates van het duurste soort? Ik – niet de moeder.

      Wie betaalde de schoolboeken en schoolgelden? Ik – en niet de moeder.

      Wie kocht voor de jongste zoon R*****d de duurste skelter met aanhangwagen? Ik – en niet de moeder.

      Wie kocht de duurste computers voor de zonen? Ik – en niet de moeder.

      Wie bracht de zonen bij ongelukjes het eerst naar het ziekenhuis? Ik – en niet de moeder.

      Wie bracht en haalde bij slecht weer, de jongens naar en van school? Ik – en niet de moeder.

      Wie betaalde de meeste pianolessen voor de drie zonen? Ik  - en niet de moeder.

      Wie kocht altijd de beste kleding en schoeisel voor de zoons? Ik– en niet de moeder.

      Wie ging in de eerste jaren van de vioollessen de oudste zoon naar de vioollerares? Ik en niet de moeder.

      Wie ging er met de oudste zoon regelmatig naar tennisles? Ik – en niet de moeder.

      Wie kocht voor de zoons hun audio- en video apparatuur? Ik – en niet de moeder.

Ik zou er nooit voor hun geweest zijn? Een schande dat men dit over mij zegt.

Wie blijft er regelmatig avonden, dagen en weekeinden weg zonder voorkennis of verklaring achteraf, zowel aan de kinderen als aan haar echtgenoot? De moeder – en niet ik.

 Wat ga ik de komende dagen zoal doen?:

         

      Ondraaglijk verdriet lijden om het feit dat ik mijn zoons niet mag zien.

      Veel lezen en schrijven.

      Mij kwaad blijven maken op de omstandigheden die buiten mijn invloedsfeer zijn ontstaan en op instanties die vastgeroest lijken te zijn. ]                                                                                               

 

 

 

 

 wordt vervolgd.