Verzadigingsfase van levenscyclus (60 - 80 jaar) (1997 - 2017)

Dit was eens mijn eigen huis in Heemstede aan het Spaarne. Staat nu te koop voor € 1.500.000

 

Hoofdstuk 17 boek 4

Sorry, pagina per ongeluk gewist en en niet opgeslagen. Ik begin opnieuw.

Vanuit Volendam op weg naar Middelburg, stopten wij eerst nog even op een industrieterrein met loods, alwaar een demonstratie van artikelen en reizen zou worden gegeven. Ik was daar vooral niet in geinteresseerd en zocht mijn toevlucht in een cafeetje, waar ook de rijinstructeurs zich tegoed deden aan drank en eten, in de pauze van rijexamens, die daar werden afgenomen. Het was er warm, erg warm zelfs en ik had mijn jas uitgeleend aan de vriendin van T**s, die het heel koud had in die hal. A****e, de vrouw waar ik wel op was gevallen, kwam zo af en toe even kijken, met een smoesje, of ik het wel goed maakte. Heel attent. 

Of A****e en mijn reisgenoten iets gekocht hebben weet ik niet meer. Ik in ieder geval niet. Iedereen begaf zich na de demonstratie weer naar de bus en A****e ging zitten schuin achter mij, ook aan het looppad. Ik verdiepte mij weer in mijn boek en volgde heimelijk de gesprekken die A****e met haar vriendin, waarvan ik eerst dacht dat het haar moeder was, voerde. Ondertussen zat ik mijzelf te bedenken dat ik wel nader kennis zou willen maken met A****e. Ik had een gesprekje met haar waarin zij vertelde de volgende morgen te moeten tennissen in een tournooitje. 

Bijna aangekomen in Middelburg, scheurde ik een stukje papier af van een folder en krabbelde mijn telefoonnummer er op en gaf die stiekum aan haar, zoals ik vroeger ook wel briefjes gaf aan een meisje op school. Bij de overhandiging zei ik tegen haar dat zij mij maar eens moest bellen om de uitslag van het tennistournooi door te geven, waarin ik wel nieuwsgierig was, loog ik. Ik was alleen maar geinteresseerd in haar. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen geen enkele verwachting te hebben gehad  dat zij mij zou terugbellen.

De volgende avond ging te lelefoon. Het was A****e en wij hadden een lang gesprek. Wij spraken af elkaar één van de volgende dagen te ontmoeten en dat geschiedde. Ik had mij netjes aangekleed in een lange donkeren jas met hoed, waarmede ik wel dacht indruk te kunnen maken. Achteraf was dat een verkeerde keuze. A****e hield van sportieve casual kleding, maar daar kwam ik uiteraard later pas achter. Wij togen die dag naar Antwerpen, de stad waar ik meer mee heb dan met Middelburg of laat staan Vlissingen. Het werd een dag om nooit meer te vergeten. De dochter van A****e, M****n, was die dag wel ongerust geweest want wetende dat haar moeder op stap was verwachtte zij niet dat ze zo laat thuis zou komen. Vanaf die dag zijn A****e en ik onafscheidelijk gebleven. Wij kregen een zeer hechte fantastische LAT-relatie waarbij ik al snel door haar kinderen en familie werd geaccepteerd. Er kwam weer wat leven in mijn brouwerij. Wij bezochten regelmatig vrienden, familieleden en kinderen op verjaardagen en andere feestdagen. Ik leefde helemaal op en begon weer aan werken te denken. 

Regelmatig gingen wij naar Rotterdam. Daarbij leerde ik A****e Rotterdam kennen. de stad waar zij geleidelijk aan steeds meer van ging houden. Veel mensen kunnen dit niet begrijpen, maar als je die stad kent, zoals ik die ken, dan zie je pas wat die stad te bieden heeft. Bij mij kan daar geen Amserdam of een andere stad in Nederland er tegenop. Ik heb in Rotterdam zo van die vaste plaatsen die ik altijd bezoek. Zo liet ik A****e kennismaken met de Ballentent, gevestigd aan de Maas en één van de oudste kroegen in Rotterdam. Ik kwam daar al vlak na de oorlog en dronk er mijn eerste flesje Cola die ik van mijn vader kreeg tijdens de zondagse wandeling die wij altijd samen maakten. De Ballentent heet zo omdat je daar zulke goede gehaktballen kan eten volgens een oeroud gecept, gemaakt  door mevrouw Lambermon, die veel jaren daarvoor nog een groentezaak had in de Snellinckstraat. Uiteraard, zei ik tegen A****e,  heb ik voor jou ook een gahaktbal besteld. Zij keek niet helemaal vrolijk toen ik dat zei.. Maar toen er even later enkele tongetjes voor haar neus werden  gezet begon zij hartelijk te lachen en besefte ze dat ik haar in de maling had genomen.U moet u er eens een balletje gaan eten en u zult versteld staan van de outillage en de gasten. Het eetcafé wordt veel bezocht door de havenbaronnen en de oud burgemeester. Ook Pim Fortuin was er een veel en graag geziene gast. Hij beschouwde dit als zijn stamkroeg, wat het in de jaren vijftig/zestig ook voor mij was. En nog, als ik in Rotterdam ben, ga ik er even langs, zoals ik dat ook doe bij het café Melief-Bender in de Oude Binnenweg.

En dan heb ik zo'n moment dat ik weer even denk aan M**e, mijn tweede ex-vrouw. Ik probeer mij nu te verplaatsen in haar toestand. In wezen heb ik haar uit haar geboorteland gehaald en moet zij al jaren haar familie missen. Dat zijn er veel waaronder haar twee getrouwde broers. De scherpe kantjes van mijn kritiek zijn er nu wel af. Denk ik terug aan de eerste jaren van ons huwelijk, dan waren er toch ook veel genoeglijke dagen. Zij was toen nog goed in het huishouden en wat zo knap aan haar was dat zij zo snel de Nederlandse taal opnam. Zeker toen wij later van Driebergen, via Seoul en Hongkong,  verhuisden naar Middelburg, ging zij al gauw in Vlissingen naar een school voor allochtonen en bleek zij al snel uit te blinken. Zij ging met sprongen voortuit. Wij deden alles op de fiets, met Edward in een stoeltje op mijn fiets. Ik ging ze dan in Vlissingen brengen en haalde ze weer op. Nooit klaagde zij over het weer maar was altijd zeer enthausiast over de leerstof. Dit alles moet ik haar toch nageven. 

Ik was smoorverliefd op haar en ik vertel dat op andere plaatsen in dit boek regelmatig. Daarom is het zo jammer dat er kennelijk bij haar ontevredenheid is ontstaan over haar verblijf hier en bij mij. Eigenlijk was de oorzaak van haar ongenoegen gelegen in het feit dat ze vreselijk jaloers was. 

Mijn gemakkelijk contact met vrouwen viel zwaar bij haar. Terwijl er niets loos was en ik trouw was aan haar. Ik maakte wel wat moeilike jaren door omdat ik al mijn vermogen had verloren aan mijn eerste vrouw. Zou aan de andere kant zij open hebben  gestaan voor mijn contact met mijn dochters dan was er ook niet zo veel aan de hand geweest. Ik moest van haar mijn dochters beschouwen als overleden. Wat bij mij natuurlijk niet werkte. de spanning bleef en deed een verwijdering ontstaan. Met goede jaren er omheen, waarin A*******r en R*****d werden geboren. Gewenste kinderen, zeker door mij. Zij had liever dochters gehad, maar was ook blij met de jongens. Jammer dat haar liefde voor geld groter was dan haar liefde voor ons.

Ik loop even op wat zaken vooruit. A****e met wie ik echt oud had willen worden is ernstig ziek en zal ik binnenkort zeer waarschijnljk gaan verliezen, Zelf is zij bang dat zij haar verjaardag dit jaar op 11 december 2017 niet zal halen. Juist nu wij ons misverstand hadden bijgelegd en we weer opnieuw zouden beginnen, wordt zij ziek en sta ik weer alleen. En ik heb al zo veel moeite om alleen te zijn. Ik voel mij daarom op dit moment op 26 november 2017 doodongelukkig en vraag mij al weer af, heeft het leven voor mij nog wel enige zin. Zelf kan ik geen moment meer vrolijk denken. Een mooi televisieprogramma vind ik slecht. Bloemen en planten zeggen me maar weinig meer'. Of het weer nu slecht is of mooi, ik kan er niet blij van  worden. Ik heb mij verheugd op de zitting die ik afgelopen maandag heb bijgewoond. Lid van de Studiegroep Zeeland en nog wel als gespreksleider volgende keer, half december. Ik zag weer wat toekomstperspectief.  Maar ik blijf negatief en depressief.

Mijn zoon A*******r heeft het contact met mij verbroken. Ik weet niet waarom. Echt niet. Er is niets voorgevallen. Hij had wat geld van mij geleend, maar dat heeft hj deze week netjes terugbetaald.

Ik kreeg twee weken geleden een uitnodiging van mijn maatschappelijk werkster, die mij helpt met mijn depressie, of liever,  zij probeert mij er uit te halen. Zij stelde voor een gesprek te hebben met A*******r, zijn maatschappelijk werker, mijn maatschappelijk werkster en twee gespreksleiders. Alsof ik zelf geen gesprek kan leiden. Waar het over moet gaan is er niet bijverteld, zodat ik ook nog eens moet gissen wat er nu bij A*******r leeft. Durft hij iets niet openlik tegen zijn vader te vertellen. Is dat schokkend? Ik kan geen plausibel onderwerp verzinnen waarom ik niet rechtstreeks met mijn zoon zou kunnen  praten. 

Trots als ik ben,  ging ik afgelopen zondag naar het theater De Kom in Nieuwegein, waar mijn oudste zoon Eduardus, als dirigent een concert gaf met ziijn orkest Vignolle Ensemble. Ik werd voor 95% genegeerd, hetgeeen hij ook al maanden volhoudt. Nog steeds is het in hun bolletjes niet doorgedrongen wat ik met hun moeder heb meegemaakt, terwijl zij er ook zelf slachtoffer van zijn geworden. E******s wil maar niet begrijpen dat alles wat hij tot nu toe heeft bereikt hij aan mij te danken heeft.

Ja, natuurlijk kunnen zij boos zijn op hetgeen ik in mijn biografie schrijf, met name over hun moeder. Echter zij zullen wel beseffen dat er geen woord van is gelogen, van wat ik schrijf. En waarom schrijf ik het zo. Omdat ik van de daken wil schreeuwen wat mij voor onrecht is aangedaan. Niet alleen door mijn ex-en, maar ook door mijn kinderen en vooraal door instanties die vijftig jaar geleden fouten maakten en diezelfde fouten nog maken. Als vader van kindeen blijk je geen enkel recht te hebben. Wij mogen ze verwekken en dan moeten wij maar oplazeren. Arme vaders in Nederland. Het is daarom dat ik door zal blijven gaan correspondentie van relevante instanties te publiceren tot ze wakker worden. Ik veeg mijn kont af met alle instanties die er voor de kinderen en beide ouders zouden moeten zijn.

Sorry lieve mensen ik weet niet of ik nog verder aan mijn boek zal kunnen/willen werken. Met 14065 hits heeft de autobiografie toch een plaats in de maatschappij verworven. Jammer dat ik zo weinig respons krijg. Ik had ook van u nog wel wat willen leren.

 Ik heb heimwee naar de gelukkige momenten in mijn leven. Naar de momenten dat ik echt gelukkig was. Van kleine dingen kon ik echt genieten. Nu heb ik al vele jaren gemist waarin ik blij was over kleine dingen. Ik herinner mij de eigen paraplu die ik kocht op de Binnenweg in Rotterdam en hoe gelukkig ik was toen het enkele dagen bleef regenen. Ik heb geloof ik de gehele stad doorgewandeld met mijn Knirps en werd niet nat. Ik herinner mij de mooie actetas die ik van A****e kreeg en waarmee ik de trap afviel, de tas boven mijn hoofd houdende. Want ik mocht wat overkomen maar in godsnaam niet mijn tas. Stel je voor dat die beschadigd zou worden. De  vulpenset dat ik van mijn vader kreeg voor mijn middelbare schoolexamen. Ik mis de vreugde die ik had bij mijn eerste fiets. Mijn eerste auto, een Volkswagen Kever. Zelfs veel later toen ik voor 160.000 gulden een BMW 745i kocht was ik niet zo blij als met mijn Kever. Ik was blij met mijn eerste vakantie met H****e. Er ging voor ons een wereld open en dachten dat deze volmaakt was. Ik trouwde met A****e en was niet zo blij als met mijn verloving met H****e daarvoor. Het is al tientallen jaren geleden dat ik een blij gevoel had als ik op een terrasje zat. Nu denk ik vaak, hebben die mensen niest anders te doen dan op een terrasje te zitten. 

Na mijn trouwen met A****e konden wij samen uren voor de nieuwe wasmachine zitten en met verwondering kijken naar wat de machine deed. Linksom, rechtsom, stoppen, water innemen, waspoeder innemen en maar draaien en maar draaien en dan nog eens snel, en dan weer langzaam. Voor ons toen een wonder, vergelijkbaar met de televisie later, hoewel ik daar al weer minder blij mee was. De convectorkachel, waarbij de haard zichzelf bijvulde vanuit een trechter. Wat een wonder, wat een techniek en wat een blijdschap bij ons. Ik heb nu al de zoveelste wasmachine in mijn leven gekocht en haat het ding soms zo dat ik hem een schop wil geven omdat het te lang duurt voordat ik de was er uit kan nemen. Dat rotding bepaalt mijn tijd en daar heb ik een hekel aan. Was ik vroeger gelukkig met een reep Mars, nu is een grote taart iets waarvan ik niet gelukkig word.

De  tijd met H****e, met B****l en met A****e waren blije tijden, nu ervaar ik elke dag als een rotdag. Omdat ik alleen ben en niet alleen kan zijn. Is er dan niemand die dat begrijpt en mijn eenzaamheid wil delen? Ik kon vanmiddag niet gelukkig of blij worden van een ijsje, terwijl ik altijd dacht dat ijs voor mij blijdschap betekende. 

En dan maar weer eens klagen over mijn kinderen, die mij alle blijdschap in het leven hebben ontnomen door mij te negeren en alleen maar aan zichzelf denken en niet willen of kunnen beseffen dat ik ze mis en daardoor mij alle blijdschap om door te leven is ontnomen en ze goed moeten beseffen dat als je geen doel in het leven meer hebt vergif innemen de enige weg is, zoals vandaag in de Scheveningse gevangenis gebeurde. Gelukkig behoef ik geen vergif in te nemen,  ik heb altijd voldoende insuline tot mijn beschikking om hetzelfde doel te bereiken.

Oh, dokter E***r, waar bent u. U gaf mij vertrouwen om door te gaan. Ik mis U. U moet weten dat A****e stervende is, waarvan u eens zei dat zij het beste was wat mij ooit is overkomen. Dacht God er ook maar zo over. Blij zijn, blij voelen, blij handelen, blij werken, blij ontspannen. Ik kan het niet meer. Ik voel mij beroofd, bestolen, ontvreemd van mijn ziel en zaligheid door mensen waarvoor maar één ding gold. Hebzucht.

 Mocht u één van mijn kinderen kennen, het zijn D****e, S****ne, E****d(E******s), A*******r en R****d, wilt u ze dan attent maken op deze autobiografie, 

Dan heb ik voor ze de volgende vraag/opmerking:

Geef mij één plausibele hoofdoorzaak waarom je mij als vader volledig negeert. Het is waarschijnlijk de laatste vraag die ik je kan stellen en ik wil niet sterven zonder minstens deze vraag beantwoord te krijgen. Ik ben mij namelijk van geen enkele schuld bewust.

Toon lef en schrijf hieronder je commentaar. 

 Ondanks het feit dat gemiddeld 150 mensen mijn autobiografie wekeijks lezen is er niet één die op mijn oproep heeft gereageerd. Overigens moet ik nog vele aanvullingen doen in hoofdstuk 17 boek 4, echter open ik ook een nieuw hoofdstuk 18 boek 5, zijnde de laatste periode van twintig jaar van mijn leven, mits ik natuurlijk honderd jaar zou worden, hetgeen met mijn huidige gemoedstoestand niet aannemelijk is.

 De afgelopen Kerstdagen heb ik benut om zo veel ****mogelijk bij Anneke te zijn. We hebben zelfs nog een ritje met de auto gemaakt en mijn apartement bezocht. Anneke wilde dit nog een keer zien, mede omdat zij een grote stempel heeft gedrukt  op het interieur, dat zij nu voor de laatste maal heeft gezien.

 Ik heb nog nooit in mijn leven zo'n rot uiteinde van het jaar doorgemaakt. Gelukkig is A*******r op de tweede Kerstdag nog even langs geweest. Mijn oudste zoon E****d had aan A*******r laten weten dat hij verhinderd was. Van mijn drie andere kinderen heb ik opnieuw niets vernomen. Hard, verdrietig en voeding voor mijn gemoedstoestand die opnieuw tegen het suicidale aanleunt.

Oudejaarsavond heb ik doorgebracht in Hotel-Restaurant Arneville in Middelburg. Het eten was goed, de muziek minder en het gezelschap slecht. Ik denk dat als ik thuis was gebleven mij beter geamuseerd zou hebben. Jammer van het geld. Volgende keer niet meer. Maar ik heb al zo weinig. Ja ik heb het al meer gezegd: "Ook in een stadium met 55.000 mensen kun je je als mens eenzaam voelen en dat gevoel blijft maar bij mij." Het is merkwaardig dat ik het mijn gehele leven gevoeld heb, dat anderen mij op de op de één of andere manier ontwijken. Het is toch van de gekke dat als iemand een probleem heeft waarvoor hij of zij een oplossing zoekt en wordt aanbevolen met mij contact op te nemen,  zij dat niet durven, omdat zij het gevoel hebben dat ik een te belangrijk man ben. Ja in vele opzichten steek ik boven mensen uit, in lengte, in voorkomen, in kleding, door auto en zeker door intelligentie in vergelijking met de meeste van mijn medebewoners in Hof Mondriaan. Maar zij die mij echt kennen zullen kunnen waarnemen dat ik gewoon een aardige hulpvaardige man ben, die meer om anderen geeft dan om zichzelf.

Dat ook mijn kinderen zo reageren doet mij pijn. Het verheugt mij daarom dat ik daarover op  5 januari een gesprek heb met mijn collega van SWM, die ik ook om andere redenen echt mis. Deze laatste alinea behoort eigenlijk thuis in hoofstuk 18 boek 5, over de laatste periode ion mijn leven. Lees dus verder in dat hoofstuk.