Mijn verkeerde keuzes

Hoofdstuk 12 boek 3 (doorgroeifase)

Op een keer was ik weer in deze stad, samen  met de zoon van De Groot. In de avonduren bezochten wij wat nachtclubs, totdat er één bij was die ons wat beter beviel. Op een gegeven moment  raakten wij aan de praat met één van de artiesten, een klassiek geschoolde zangeres. Zij vertelde te werken in de Scala, op dat moment samen met Pavarotti. Kennelijk was dit voor haar nog geen voldoend betaalde job, want zij werkte ’s nachts wat bij als zangeres in een nachtclub.  Waar ze als Belgische niet op gerekend had werd haar ook gevraagd de klanten wat de onderhouden. Het is daardoor dat wij aan de praat geraakten. Zij gaf toe dat het voor de nachtclub eigenaren(maffia), dus haar bazen, niet voldoende was dat zij met de klanten praatte, maar verlangden van haar ook, dat zij de klanten amuseerde in de “chambre separé”, alwaar volgens haar dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen. Zij had tot nu toe dit geweigerd en vreesde hiervoor te worden gestraft. Het was vooral Frans, zo heette de zoon van De Groot, die medelijden met haar had en mij vroeg of wij er wat aan konden doen. Ik stelde voor haar na haar werk mee te nemen naar ons hotel om een plan de campagne te maken. Omdat het inmiddels toch wel erg laat was geworden stelden wij voor dat zij bij ons zou blijven slapen om de volgende dag verder te praten. Frans nodigde haar uit om op zijn kamer te komen slapen. Wat hij van haar verwachtte of wat hij heeft uitgespookt weet ik niet, maar op een gegeven moment klopte hij op mijn kamerdeur en vertelde dat er geen land  met haar te bezeilen viel.

Ik stelde voor haar naar mijn kamer te brengen voor een gesprek. Zij vertelde hoe moeilijk het is om als ongetrouwde vrouw je staande te houden in een mannenwereld waarin seks altijd centraal staat. Zo gauw als je in Italië als vrouw en zeker als aantrekkelijke vrouw, in een afhankelijke rol bent aangeland wordt er misbruik van je gemaakt. Voorts vertelde zij dat zij C.V. heette, uit Noord Frankrijk te komen, piano en zang had gestudeerd en een vervelende relatie achter de rug te hebben. Zij was 23 jaar. Ik 45.

Praktisch was het inmiddels al te laat geworden voor een verder gesprek. Ik stelde voor dat zij bij mij zou blijven slapen en beloofde haar dat ik mij netjes zou gedragen. Hetgeen geschiedde. De volgende morgen aan een gezamenlijk ontbijt stelde ik Frans voor naar Nederland terug te keren. Ik zou nog een dag blijven om met C. een strategie uit te vogelen.  Zo adviseerde ik haar uitsluitend verder te gaan met te leven voor de muziek en in ieder geval niet meer in nachtclubs te werken. Ik financierde dit voor een klein deel. Na nog een nacht samen door te hebben gebracht op één kamer zwichtte ik voor haar charmes en kwamen wij wat dichter bij elkaar. Je moet weten dat naast haar begaafdheid het een heel aantrekkelijke dame was.

Ik keerde huiswaarts, liet haar in Milaan achter en beloofde telefonisch contact te houden. Zo vertelde ik enige dagen later dat ik leed aan een acute artritus waardoor ik mijn handen  vrijwel niet kon bewegen. Een geraadpleegde arts in het ziekenhuis te Heemstede, waar ik pal naast woonde, adviseerde mij de warmte even op te zoeken. Ik vond dit in een reis naar Tunesië. Waarom weet ik niet meer maar ik vertelde C. ook de uiteindelijke bestemming, met plaats en hotel. Een dag na aankomst in dat hotel werd er mij telefonisch op mijn kamer verteld dat er iemand wachtte in de lounge. Het was C. Wij brachten samen mijn min of mee gedwongen vakantie door. Overigens mogen ze van mij van Tunesië één grote parkeerplaats maken voor bijvoorbeeld vliegtuigen.  Ik vond het een saai, vervelend en niet mooi rot land met inwoners die paarden en ezels niet alleen als trekdieren gebruiken, maar ook hun  eigen frustraties daar op botvieren door ze te slaan. Ze houden niet van dieren, hetgeen bleek uit het feit dat gedurende meer dan een week een kat die in een spouwmuur terecht was gekomen en dag en nacht zijn doodsstrijd liet horen, door mij verzocht hem of haar te redden, volstrekt werd genegeerd.

C. kwam overigens op het juiste moment, want ik had de eerste dag al met een Française die deel uitmaakte van een groepje van drie vriendinnen, een opvallend contact in de eetzaal. Naast dat zij mij uitnodigde aan hun tafel plaats te nemen probeerde zij mij op het strand en in het zwembad te verleiden met haar blote borsten. Ik bemerkte dat zij C. een dag later met een zekere woede in haar blik aankeek. Ook hier had ik weer de stroop aan mijn kont hangen. Goed, ik hield het bij C. waarmede ik samen sliep en wakker werd. De rest moet je er maar bij denken.

Na die vakantie, waardoor ik mij geweldig schuldig voelde, want het was juist mijn vrouw Annie geweest die vond dat ik die warmte moest opzoeken ter genezing van mijn handen. Ongewild en onwetend had zij mij indirect in de armen van C. gedreven. Nogmaals het is tijdens mijn huwelijk met Annie geen moment bij mij opgekomen haar op enig moment te verlaten. Ik hield van haar en zeker nog niet van C.. Ofschoon, deze had iets wat Annie niet direct had, pure schoonheid,  en daar viel ik vroeger wel op, zoals ook op mooie kleding en auto’s.

Thuis gekomen, nog pijn in mijn handen hebbende, zocht ik nog naar wat ontspanning. Ik had nog een kaartje van een vrouw die ik tijdens een recente reis naar Bangkok was tegengekomen. Zij en ik zaten op het terras aan het zwembad in hotel Intercontinental in Bangkok. Ik nam een sierlijke duik in het water, om indruk te maken op wie dan ook, toen zij bij het boven water komen zei: “Oh, ik dacht even dat je James Bond was”. Aldus gevleid knoopte ik een gesprek met haar aan. Het was een mooie vrouw, die met haar man, een dokter die een congres in Bangkok bijwoonde, had verbleven in het genoemde hotel, waarin ik ook verbleef. Ik had ze echter niet eerder gezien. Kennelijk op een suggestie van mij excuseerde zij zich dat daarvoor geen tijd meer was. Over een uur zou ze met haar man in de richting van de vlieghaven gaan om terug te keren naar Londen, waar zij woonden. Ik kreeg een kaartje van haar waarbij ze zei: “Als je eens in Londen bent moet je maar bellen.”

Regelmatig moest ik in Milaan zijn en ontmoette ik C., die inmiddels samen met Pavarotti in een opera zong. Zij begon naam te maken. Tijdens één van mijn bezoeken vroeg zij mij of ik een wandeling met haar zou willen maken op het dak van de bekende kathedraal in Milaan. Ik wist niet wat ik mij daarbij moest voorstellen. Je weet het misschien niet, maar op dat dak heb je wandelpaden met links en rechts schitterende beelden. De moeite waard om dat ook eens te gaan zien. Wat mij tijdens deze wandeling opviel was dat C. wel erg veel naar de toilet moest en ik dan op dat dak even op haar moest wachten totdat ze weer terug was. Ze had dan wat onrustigs over haar.

Niet lang daarna ontving ik een noodbrief van haar waarin ze vertelde volkomen aan de grond te zitten. Ze had inmiddels lang in het ziekenhuis gelegen en een zoon(mijn zoon) ter wereld gebracht die naar het schijnt even na de geboorte is overleden aan,  zoals zij mij vertelde,  een hartfalen. Vanaf die tijd moet ik er steeds aan denken dat dit verhaal wel klopte van haar kant maar niet van de kant van het ziekenhuis. Ik weet dat als je in een ziekenhuis in Italië als ongetrouwde vrouw bevalt, kinderen worden verhandelt. Het is daarom dat ik hier meer over te weten wil komen. Is er een graf? Waar is dat graf? Wat zeggen de documenten? Etc. etc.! Je moet er toch niet aan denken dat er ineens een vent voor de deur staat, die zegt: “ik ben je zoon.”

Drie maanden na terugkomst uit Bangkok, moest ik voor zaken in Manchester zijn. Ik dacht daarbij ik kan wel eens even een paar dagen in Londen doorbrengen. Ik belde de mysterieuze vrouw in Londen op en vertelde mijn plan.  Ze reageerde positief en beloofde mij in Dover bij de boot op te pakken. Zij stond met haar auto op mij te wachten in haar dure nertsmantel, waarvan overigens de ceintuur, (ook nerts) er losjes bijhing. Ik ergerde mij even aan deze onvolmaaktheid. Ik kan niet tegen slordigheid. Verder ging het goed. Zij zag er schitterend uit en was zeer voorkomend. Duidelijk iemand uit de zeer rijke klasse die voornamelijk in Londen Zuid woont. Wij reden naar een peperduur restaurant in Knightbridge, met allemaal theedrinkende ladies uit de “happy few”.

Plotseling werd zij om onduidelijke reden, op dat moment, nerveus. “We gaan naar huis”, zei ze. Bij haar thuis aangekomen speelden er een heleboel kinderen, die aangestuurd werden door twee dienstmeisjes. Zij gebood de dienstmeisjes met de kinderen naar een diergaarde te gaan en niet voor vier uur terug te komen. Toen iedereen het huis uit was nam ze mijn hand en leidde mij naar één van de vertrekken in het gigantische huis. Een kamer met veel genealogische apparatuur en verder een bed rondom met op alle vlakken, ook het plafond, spiegels. Hier gebeurde wat gebeuren moest. Ik ben er nog moe van. “Zo”, zei ze na afloop, “nu gaan we lekker eten”. In de auto naar een Italiaans restaurant, waar ook gedanst werd. Als ik mij de naam nog goed herinner, was dat Papagayo.  Geweldig goed en geweldig chic en duur. “Oh ja”, zei ze, “Ik heb geboekt in het Knightbridge Hotel voor vannacht”. . Ik wist toen nog niet dat dat het duurste hotel van Londen is. Ook vroeg ze aan mij of ik zin in een feestje had. Ik antwoordde bevestigend en wij reisden na de maaltijd af naar een buitenwijk in Londen Zuid. Overigens vroeg ik terloops of ze geen moeilijkheden kon verwachten van haar echtgenoot. “Nee”, zei ze. “Die zien we vanavond met zijn vriendin op het feest”. Het feestje bleek dus ineens een komend feest te zijn geworden. Hoewel ik een groot huis verwachtte bleek dit een kasteel te zijn, eigendom van een wereld populaire reporter David Frost. Aangekomen bleken er honderden mensen te zijn van jong tot oud en zo te zien en te horen uit de “upper class”.

We waren er ongeveer een kwartier voor achten in de avond. Om acht uur ging er plotseling een grote bel. Vijf minuten later was iedereen uit de kleren. Op één na, ik, want ik was daarop niet voorbereid. Nog vijf minuten later waren ook mijn kleren uit. Natuurlijk. Je gaat toch niet aangekleed voor lul staan. De schaaltjes coke gingen rond en de sfeer werd alom vrolijker. Er ontstond een “swingersparty”, zoals ik nog slechts op film had gezien. Op een gegeven moment zag ik wel twintig kerels op een monumentale trap een meisje van ongeveer achttien iaar nemen, tot haar groot genot. Wie ik genomen heb weet ik niet meer, misschien wel een prinses. Wat een feest, wat een drank, wat een mensen, wat een geilheid, wat veel te zien en wat veel om aan mee te doen. Elk  ander feestje daarna viel in het niet bij de herinnering aan die orgie. Later hoorde ik dat deze feesten in Londen Zuid schering en inslag zijn. Om vier uur des nachts was het feest nog niet voorbij. Velen bleven daar slapen, doch ik ging naar mijn hotel, met haar over mijn schouders, want ze kon niet meer lopen. Ik herinner mij het uitgestreken gezicht van de portier van dat deftige hotel toen ik met haar over mijn schouders naar binnen liep en zei: “Verder geen bagage.” Zij sliep al op mijn schouders en ik heb zelf één uur geslapen voor omgerekend 900 Nederlandse guldens. N******e is nog enige malen voor mij naar Holland gekomen voor een voortzetting van hetgeen wij deelden.

Denk nu niet dat ik door al die escapes van mij,  spelletjes waren. In feite ben ik na Hannie nooit meer echt gelukkig geworden. Nog heb ik het weleens,  dat als ik aan Hannie denk ik in huilen uitbarst. Nog steeds neem ik het mijzelf kwalijk dat ik haar in de steek heb gelaten. Nog steeds denk ik er aan hoe gelukkig wij waren en hoe goed het leven met haar is  geweest. Na haar ben ik steeds op zoek geweest naar echte liefde, die ik ook van mijn ouders niet heb ondervonden. Ja ik wilde kinderen en kreeg ze ook. Ik was er echt heel gelukkig mee. Maar zie nu eens hoe ze mij behandelen. Weinig mensen zullen beseffen, die mij alsmaar aan het werk zien of hebben gezien , dat ik in feite heel eenzaam was en ben, ongelukkig en ontevreden over  mijn situatie. Een leven lang hard gewerkt,  om maar te vergeten hoe mooi het leven zou kunnen zijn geweest. Veel bereikt, vele bezittingen gehad verloren aan vrouwen waarop  ik steeds maar weer opnieuw kortstondig verliefd werd, om al heel snel te realiseren dat het geen echte liefde was. Nog moet ik kotsen van mensen die spreken van vlinders in hun buik. Wat vlinders? Ik heb ze nooit gevoeld. Bij mij zijn het nog rupsen, die alleen maar alles van mij opvreten. Gek, hoewel ik met de meeste vrouwen ook geen spoortje van liefde heb gekend, heb ik aan geen van allen een hekel. Ik zou er zo weer mee en bij kunnen gaan wonen. Mijn theatrale geest heeft het toch maar gepresteerd dat ik twee maal drieëntwintig jaar ben getrouwd geweest en de ruzies op één hand kon tellen. Zo goed was ik in het verbergen van mijn verdriet , door gemiste kansen. Steeds was ik op zoek naar een nieuwe echte liefde, die nooit meer is gekomen. Nog heb ik vriendinnen waarmede ik een zeer goede relatie heb, doch nooit mee zou kunnen samenwonen. De angst weer verlaten te worden - want dat is twee maal gebeurd na twee huwelijken - is groot, vooral omdat ik niet tegen mijn verlies kan. Absurd is, dat ik gemakkelijk anderen verdriet kon aandoen door ze te verlaten, maar zelf hevig teleurgesteld was als zij mij dat aandeden. Och heel verwonderlijk is dat niet,  want dat zit opgesloten in het karakter van de narcist. Een ding weet ik zeker van mijzelf: Hadden mijn vrouwen en vriendinnen meer moeite gedaan mij echt te leren kennen dan hadden zij ook nu nog een goede indruk van mij gehouden.

Altijd heb ik veel van mensen maar vooral van vrouwen gehouden. Ben er goed voor geweest. Ben er vaak te goed voor geweest. Slechts stront voor dank heb ik er aan overgehouden. Alle zaken en dingen waar ik in mijn leven zo keihard voor gewerkt heb zijn mij door meerdere  vrouwen afgenomen. Toevallig  vrouwen die alleen maar tevreden waren als ik goed geld binnenbracht en zorgde voor een onbekommerd leven. Ook mijn kinderen hebben in hun jeugd genoten van een zekere rijkdom die ik had en ze daardoor kon overvoeren met dingen en geneugten. Maar dankbaarheid kan ik er niet van verwachten. Zelfs nu enkelen wat financiële stroppen hebben opgelopen en zij dus weten wat het is als je zaken verliest waarvoor je hard gewerkt hebt. Zij durven mij niet onder de ogen te komen omdat ik ze regelmatig voor die gevaren waarschuwde. Onder andere heb ik altijd voorgehouden in zaken de prívébelangen niet te laten prevaleren boven de zakelijke belangen. En zeker als je dit met vreemd geld doet.

Is het daardoor dat ik nu slechts werk voor een glimlach van bewoners in bejaarden tehuizen en voor minder bedeelden in de samenleving. Zij zijn tenminste echt dankbaar voor wat ik doe. Hoewel het helemaal voor niets werken mij soms ook wat te ver gaat, zeker als professionele krachten soms minachtend over vrijwilligers praten en doen. Zij vergeten dat alleen al door het aantal jaren ik meer ervaring en kennis heb dan de gemiddelde werknemer en manager.

C. had door diverse tegenslagen het moeilijk in Italië. Regelmatig belde zij mij daarover of zij schreef mij. Natuurlijk heb ik wel eens gedacht dat zij misbruik van mij maakte. Dat is ook nu nog mijn eigenschap, dat ik in eerste instantie altijd denk dat er misbruik van mij gemaakt wordt. Meestal bid ik dan tot God en vraag hem mij een teken te geven als het toch goed zit. Geloof mij dit teken kwam en na enig zorgvuldig afwegen kwam ik tot de conclusie dat ik moest ingrijpen en haar niet langer in Italië moest laten.

Hoewel er thuis reeds enige tijd spanningen  bestonden tussen mijn vrouw en mijzelf, besloot ik C. mee naar huis te nemen en mijn vrouw uit te leggen dat ik gek was geworden op dat meisje. Tenslotte was mijn echtgenote ervaringsdeskundige, want zij was al jaren getrouwd toen zij mij ontmoette en niet lang daarna met mij trouwde. Hoewel zij het in zekere zin wel begreep accepteerde zij het niet. Nog heb ik spijt wat ik gedaan heb, want achteraf gezien zaten mijn dochters boven aan de trap de ruzie die ontstond af te luisteren. Ook waren zij getuige van het feit dat ik het huis samen met C. verliet.  

Ik betrok met C. een gemeubileerd appartement dat ik gehuurd had in de Alexanderpolder te Rotterdam. Ik werkte immers in Rotterdam. Ik heb daar vreselijke momenten doorgemaakt. Ik had een hevige heimwee naar mijn dochters en ook naar Annie, mijn echtgenote. Helaas heb ik toen ontdekt dat je emotioneel van twee vrouwen kan houden maar het rationeel niet aankan. Ik had met Anniee een geweldig goed huwelijk, waarin wij veel leuke tijden met elkaar hebben beleefd. Ook mijn dochters zullen nooit kunnen zeggen dat ik niet goed voor hun ben geweest. Het heeft hun aan niets ontbroken en zij konden alles doen. Brommer rijden, paardrijden met eigen paarden, schitterende vakanties en weekeinden met onze mooie caravan. Elke zondag uit eten,  enzovoort. Toch maakte ik een verkeerde keuze, want werk kwam bij mij toch op de eerste plaats, hoewel ik toen niet kon geloven dat ik meer tijd  besteedde aan mijn werk dan aan mijn gezin. Wat zij later wel mij hebben verweten.

Dit alles speelde zich af in de tijd dat ik werkte aan de sterfconstructie van ECC. Op een gegeven moment besloot ik de zaak te versnellen door de zaak te sluiten en te kiezen voor leven. C. had een contract om in New York te gaan zingen. Wij besloten  om daar heen te gaan met de bedoeling daar te blijven en samen iets op te bouwen. Kon ik dat in Europa dan zou ik dat zeker kunnen in de USA. Maar er knaagde toch aan mij dat ik dan Annie niet meer zou zien en vooral had ik veel en oprecht verdriet om het verlies van mijn twee dochters. Overigens heeft Annie, mijn vrouw, later haar dochters slechter behandeld dan ik ooit heb gedaan. Toch nemen zij tot nu de scheiding tussen hun moeder en mij nog steeds kwalijk, ondanks het feit dat hun moeder niet lang daarna zelf de scheiding aanvroeg.

Het is nu 10 mei 2017 dat ik schrijf vanmorgen op internet te hebben gezien dat Fulda een vorige woning van mij te koop aanbiedt. Zoals jullie al weten had ik in de begin jaren zeventig een woning gekocht in de Secretaris de Jonglaan te Bunnik voor een prijs van 48.000 gulden. Dit huis verkocht ik in de begin jaren tachtig voor de prijs van 225.000 gulden. Met dit geld kocht ik het huis in Heemstede voor 500.000 gulden. Dat is naar de huidige valuta ongeveer 227.000 euro. Het huis staat nu te koop voor € 1.500.000. Over prijsopdrijving door makelaars gesproken. Overigens heb ik door bijzondere omstandigheden dit huis moeten verkopen voor 325.000. gulden. Ik verloor dus 275.000 gulden en nog eens 225.000 gulden voor aflossing van de hypotheek. . Gegeven het feit dat ik ook de bank in 1983 2.200.000 gulden heb terugbetaald die ik had geleend, zoals u heeft kunnen lezen. Het is niet voor niets dat ik over een brief van de rechter-commissaris beschik die aan mij schreef nog nooit een sluiting zo netjes te hebben zien afwikkelen. Immers de bank had mij van mijn werkkapitaal beroofd. Bij nader inzien had ik beter de bank er in kunnen laten stinken. Maar ik ben te eerlijk en te goed voor dat soort dingen. Feitelijk verloor ik dus in 1983 aan kapitaal 2.700.000 gulden van een waarde van 4.700.000 gulden die ik op dat moment volgens de bank en mijn risicoverzekering waard was. Wat een huwelijk je al niet kunt aandoen. Liefde heeft mij veel geld gekost en ik ben daar zelf schuldig aan zoals je ziet door  verkeerde keuzes. Overigens ben ik later op miraculeuze wijze weer in contact gekomen met de ex-directeur van de ABN bank, die mij destijds 2.200.000 gulden te leen gaf en mij tien jaar later weer hielp. Ik had kennelijk in de markt nog een goede reputatie.

 Met C. leefde ik tussen haar ouders in Frankrijk, hotels, appartementen,  bij vrienden en New York. Vanuit New York ging ik met hangende pootjes terug naar mijn vrouw, nadat ik C. op de trein had gezet naar haar ouders. Nooit meer iets van vernomen. Ik volg haar wel eens op facebook. 

Hoogtepunten in deze levensfase:

  1. Vakantie met Hannie per trein naar Bibione in Italië.
  2. Vakantie met Annie per scooter naar Zuid Frankrijk.
  3. Mijn benoeming tot Marketing Manager bij de Verenigde Bedrijven Bredero N.V.
  4. Mijn benoeming tot Algemeen Statutair Directeur bij enkele bedrijven van het Amstelland Concern.
  5. Mijn bijzondere vriendschap met Bärbel in Dusseldorf.
  6. De geboorten van mijn twee dochters (1965) (1971)
  7. Reizen, zomer- en wintervakanties met en zonder caravan.
  8. Weekends met caravan in de Nederlandse Caravan Club.
  9. Reizen en verblijf naar en in vele landen van de Wereld.

Dieptepunten in deze levensfase:

  1. De breuk in de verloving met Hannie. 
  2. Het overlijden van mijn moeder en vader.